Posts tonen met het label 17e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 17e eeuw. Alle posts tonen

dinsdag 27 juni 2017

Op de rug gezien

1678 augustus 11, Nijmegen

In mijn laatste column voor Gen. wil ik stilstaan bij mijn eerste schreden op het pad van de familiegeschiedenis. Ergens begin jaren tachtig kreeg mijn vader een reproductie van een ets cadeau van zijn jongere broer, die in Nijmegen had gestudeerd en geheel toevallig ook mijn leraar aardrijkskunde was op de middelbare school. Op die ets staan een twintigtal heren uit de Pruikentijd. Zij zijn allemaal min of meer frontaal afgebeeld op één na, die een tekst voorleest. Het betref de ets Het sluiten van de vrede van Nijmegen, 11 augustus 1678 van Jan Luyken. Bij een aantal figuren staan nummertjes en in een onderschrift worden deze van namen voorzien: 1. Den Heer Straatman, 2. Den Heer Colbert, 3. Den Graaf van Estrades, et cetera.


De prent was aanleiding voor een hoop vragen. Wie was die Straatman, wat deed hij daar en is hij familie? Als historicus in spe was het natuurlijk mijn eer te na om daar geen antwoord op te kunnen geven.

De eerste twee vragen wist ik al snel te beantwoorden. Theodor Althet Hendrick Straetman (1637-1693) was carrièrediplomaat uit een Gelders-Kleefse familie die het schopte tot Hofkanzler van keizer Leopold I in Wenen en door hem tot Rijksgraaf werd verheven. De Nederlandse Straatmannen kunnen niet van hem afstammen omdat zijn tak begin achttiende eeuw alweer uitstierf, maar de naam leeft nog voort in die van de Fürsten von Batthyány-Strattmann.

Met de laatste vraag ben ik nog steeds bezig. Volgens het meest waarschijnlijke scenario is er een familieband en splitsten zijn en mijn tak zich ergens aan het eind van de vijftiende eeuw. Het kan nog vele jaren duren eer ik dat verhaal helemaal rond heb. Er moet natuurlijk ook een uitdaging overblijven. Overigens is op de ets van Jan Luyken ‘Den Heer Straatman’ nu juist de enige afgebeelde persoon die de toeschouwer op de rug ziet. Je ziet wel de context, maar de hoofdpersoon heeft geen gezicht. Een prachtige metafoor voor de puzzel die familiegeschiedenis is. 

Dit verhaal verscheen in juni 2017 als column in het tijdschrift Gen.magazine van het CBG.  

Bronnen:
- Website Geheugen van Nederland
- Wikipedia over Vrede van Nijmegen
- Huis van de Nijmeegse geschiedenis over Vrede van Nijmegen  
- Wikipedia over Jan Luyken (1649-1712)
- Zie ook de eerdere Blog-bijdragen over Graaf Straetman 

woensdag 7 december 2016

Straetman in de Havikerwaard


1645, Havikerwaard (Rheden)

Al in de vijftiende eeuw woonden enkele van mijn voorouders in de Havikerwaard, een waard in een ruime bocht van de IJssel tussen Rheden en Doesburg. Een jaar of tien geleden deed ik die ontdekking. Natuurlijk wilde ik méér over die voorouders weten. Ik was vooral nieuwsgierig waar zij precies in de Havikswaard hadden gewoond. Ik verdiepte me in de literatuur over de waard, zocht naar naamsvarianten en patroniemen waarachter zij schuil zouden kunnen gaan en lette op de verschillende namen waarmee de Havikerwaard door de eeuwen heen werd aangeduid. Met andere woorden: ik gaf me over aan het gebruikelijke, zeer bewerkelijke en langdurige proces van de middeleeuwse genealogie.  


Het zoeken loonde gelukkig wel. In de loop van de jaren kwam ik te weten dat mijn voorouders land pachtten en ook grond in eigendom hadden, ik kon noteren hoeveel koeien, pinken, paarden en veulens ze in een bepaald jaar hadden, enzovoorts, enzovoorts. Tegelijkertijd leerde ik steeds meer over de geschiedenis van de Havikerwaard. Maar nog steeds wist ik niet waar die boerderij had gestaan. 
Het leek erop dat het raadsel zich nooit zou laten oplossen. Tot ik ergens las dat de IJssel in de loop van de eeuwen verschillende keren haar bedding heeft verlegd. Daardoor begon ik ook oog te krijgen voor aangrenzende waarden. Een van die waarden was de aan de overzijde van de IJssel gelegen Valewaard, die inmiddels door kleiwinning bijna helemaal is verdwenen en de Valeplas wordt genoemd.  

In het Gelders Archief vond ik een oude landkaart van de ‘Voolewerdt’, getekend door de bekende Gelderse cartograaf en landmeter Nicolaes van Geelkercken (ca. 1585-1656). De kaart was in 1645 getekend naar aanleiding van een dispuut tussen verschillende landeigenaren over de aanleg van kribben in de IJssel. Op die kaart was vanuit de Valewaard gezien aan de overkant van de rivier, in de Havikerwaard, een boerderij getekend met het bijschrift Straetman. De les die ik leerde was duidelijk: net zoals rivieren hun bedding wel eens verleggen, is het voor genealogen goed af en toe de bedding van de eigen gedachten eens te verleggen. Lateraal denken kan geweldige vondsten opleveren.

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in december 2016 als column in het tijdschrift Gen.magazine van het CBG onder de titel 'Lateraal denken".

maandag 26 september 2016

Schilderij van Graf von Strattmann

Nijmegen, 1678

In december 2014 wijdde ik een verhaaltje aan een pasteltekening van Graf von Strattmann (1637-1693) die ik gevonden had in de collectie van het Rijksmuseum. (Afbeelding links.) Ik betoogde daarin tevens dat de maker Bernard Vaillant (1632-1698) moest zijn, waar de website van het Rijks nog twijfelde tussen Bernard en diens halfbroer Wallerant Vaillant (1623-1677).

Onlangs vond ik via Europena.eu op de website van het Regionaal Archief Nijmegen een zwart-wit afbeelding van een schilderij van de graaf dat in 1678 tijdens de onderhandelingen voor de Vrede van Nijmegen gemaakt is door diezelfde Bernard Vaillant.

Wanneer je het schilderij en de pasteltekening naast elkaar ziet wordt duidelijk dat beide werken niet alleen gemaakt zijn door dezelfde kunstenaar, maar ook dat de pasteltekening waarschijnlijk een voorstudie was voor het schilderij.
Volgens de metadata van het Regionaal Archief Nijmegen hangt het originele schilderij in het Nijmeegse stadhuis. Ik heb inmiddels van het stadhuis een uitnodiging om langs te komen om een kleurenfoto te maken van het origineel. Nu nog een datum zien te vinden dat ik tijdens kantooruren in Nijmegen kan zijn. De kleurstelling laat zich met de pasteltekening bij de hand natuurlijk al raden.


dinsdag 16 december 2014

Pasteltekening van Graf von Strattmann

Nijmegen, 1678-1679

Theodor Althet Heinrich von Strattmann (1637-1693) was in 1678 en 1679 als gevolmachtigd ambassadeur van de keizer in Wenen aanwezig bij de onderhandelingen voor de Vrede van Nijmegen (1678-1679). In het Rijksmuseum te Amsterdam hangt een portret van Von Strattmann. Toen ik het vandaag vond was ik er erg blij mee, want ik was al langer op zoek naar een portret-in-kleur van Von Strattmann. Een zwart-wit ets had ik al eerder gevonden.


Volgens het bijschrift van het Rijks was Von Strattmann gezant in Nijmegen. Als makers noemt de website van het Rijks de half-broers Bernard en Wallerant Vaillant. Zij waren belangrijk voor de ontwikkeling van het pastelportret. Ze hadden nog drie andere (half-)broers die ook allemaal succesvolle schilders waren: Jacques (1625-1691), Jan (1627-1668+) en Andreas (1655-1693).

Kennelijk is nog onduidelijk wie van de twee het portret in pastelkrijt op papier heeft gemaakt.
Indien het portret daadwerkelijk is gemaakt tijdens (of na) de onderhandelingen voor de Vrede van Nijmegen kunnen we ook bepalen wie van de twee de maker was. Wallerant Vaillant (1623-1677) was ten tijde van de vredesonderhandelingen namelijk al overleden, waardoor Bernard Vaillant (1632-1698) als maker overblijft. Er is eigenlijk ook geen enkele reden om aan te nemen dat een in de Nederlanden opererende schilder Von Strattmann al vóór de Vrede van Nijmegen zou willen portretteren, want zijn ster begon in deze contreien naar aanleiding van die onderhandelingen pas echt te rijzen. Overigens kreeg Von Strattmann de titel van Graaf pas in 1685.

(Zie ook de eerdere bijdrage over de Graaf)

Bronnen: 
- Website Rijksmuseum, Portret van Graaf Theodor Alethaeus Heinrich Strattmann, gezant te Nijmegen. 
- Wikipedia over Wallerant Vaillant, Bernard Vaillant en Vrede van Nijmegen
- Voor meer info over gebroeders Vaillant, zie RKD-Explore

zondag 5 september 2010

Teuntje Straetmans, bigamiste

Nieuwe Wereld, 17e eeuw

Teuntje Straetmans (1616-1662) had een turbulent leven dat illustratief is voor het wedervaren van Nederlanders in de Nieuwe Wereld in de 17e eeuw, en dan met name voor de lotgevallen van de vrouwen onder hen. Teuntje werd vermoedelijk rond 1616 geboren in Culemborg en zou vier keer trouwen. Met haar eerste echtgenoot Jan Meyerinck (soldaat) vinden we haar halverwege de jaren dertig terug in Nieuw Holland, in het noorden van Brazilië. Op 1 november 1637 werd zoon Mauritsje gedoopt in Cobadelo, waarbij Gouverneur Johan Maurits van Nassau (1604-1679) optrad als getuige. Deze Maurits zou later in 1647 door Frederik Willem I van Pruisen (1620-1688) worden benoemd tot Stadhouder van Kleef en kreeg daar de bijnaam "der Brazilianer". In Brazilië wordt hij nog steeds geëerd vanwege zijn (relatief)  humane bestuur.
Rond 1648 trouwde Teuntje na het overlijden van haar eerste man  met Georg Haff, trompetblazer in dienst van de VOC, en rond 1653 voor de derde keer met Tieneman Jacobsen die kleermaker was. Toen bleek dat de Nederlanders het in hun strijd tegen de Portugezen in Brazilië niet konden bolwerken vluchtten de Nederlandse ingezetenen van Nieuw Holland naar het Caraïbisch gebied en Nieuw Amsterdam. Teuntje en Tieneman vluchten naar Guadeloup waar ca. 1654 een dochter Anna werd geboren. Teuntje reisde in 1655 met dochter, maar zonder echtgenoot, door naar Nieuw Amsterdam. Daar liet zij in 1657 haar man Tieneman dood verklaren en hertrouwde ze met toestemming van Gouverneur Peter Stuyvesant (1611?-1672) met Gabriel Corbesij. Na Teuntjes overlijden in 1662 bleek Tieneman helemaal niet dood te zijn maar als kleermaker te Jamaica te leven en kwam aan het licht dat Teuntje een bigamiste was.


Bronnen:
-http://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Maurits_van_Nassau-Siegen
-Holger Kürbis, Johann Moritz von Nassau-Siegen, Erfurt 2005
-http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Stuyvesant
-http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Straetmans (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland)
-Annette M. Cramer van den Bogaart, ‘The life of Teuntje Straatmans: a Dutch woman’s travels in the seventeenth century Atlantic world’, Long Island Historical Journal 15 (2003) 35-53

donderdag 17 december 2009

Stekelige lijkdichten op Van der Straten

1681, Den Haag

Constantijn Huygens sr. (1596-1687) schreef op het overlijden van Doctor Willem Van der Straten (Stratenus) (1593-1681) een twintigtal van zijn befaamde lijkdichten, hetgeen in zijn oeuvre een opvallend hoog aantal is. Hoewel beide heren elkaar bij leven goed hadden gekend en zelfs (een tijd lang?) bevriend waren zet Huygens Van der Straten in zijn gedichten neer als een vrek en niet bepaald een sympathiek mens. Hij laat zelfs twijfel doorklinken over de werkzaamheid van de lucratieve medicijnen die Van der Straten tot op hoge leeftijd voorschreef en aan de man bracht. Uit de vele gedichten gewijd aan het overlijden van de ex-burgemeester, professor en lijfarts heb ik er enkele geselecteerd. Aardig is om te bedenken dat Huygens zelf ook al 85 (!) jaar oud was toen hij deze gedichten schreef.

GRAFSCHRIFT
Hier light Verstraten t’huijs, die arme rijcke Man,
Ey lacij, daer hy niet meer Gelds verdienen kan.
Dit lichaem had hy soo doorbalsemt met sijn’ Pillen,
Dat te bedencken staet of ’t wel sal rotten willen.
’K meen dat het droogen sal, gelyck het had begost,
Doen hij, schier Negentich, noch slaefden om den kost.
Sijn’ Erven laet hij maer wat Gouds tot haer verdoen, en
Een kael kort Manteltje, met een paer oude Schoenen.
Sy nemen ’t soo voor lief; ’tis ’t waerdighe Gewaed
Daer in hy ’t gulde slijck vergaerde langs de Straet.

Hoort, Erven; voelt hij noch in d’aerde wat mishagen,
’T is, dat hij onvernoeght in sijn’ te korte dagen,
Wat meer tyds had gewenscht om t’ uwer volle baet
Soo lang te ploegen, dat uw’ kaele Beurs in Staet
Van onverlegene gerusticheit gestelt waer,
En all datgh’ in sijn’ Cas soudt vinden, goed geel Geld waer;
Soo dat ghij nemmermeer den kommer uijt soudt staen,
Van ’teen aen ’t ander Brood, als Grootvaer heeft gedaen.
Maer dat’s mis. Gaet ghij niet, om sijn’ verwarde Boecken
Een Beneficitje van Inventaris soecken?
19 november 1681


 Constantijn Huygens sr., door J. Lievens

NOCH
Verstraten light hier in een’ dicke diere kist:
Wat sagh hij suer en scheel, Verstraeten, als hy ’twist.
eod.

NOCH (GRAFSCHRIFT)
Eens is Verstraten dood: O die hem by sijn leven
Twee drij Visitjens loon mooght schuldigh zijn gebleven:
Gaet haestigh en betaelt sijn arme kindskind af,
Soo gh’ hem sijn volle rust wilt gunnen in sijn Graf.
6 december 1681

NOCH
Met all’ sijn’ Haegsche winst heeft goede Vander Straten
Syn afgeslooft gebeent naer Uytrecht voeren laten:
Waer ’t moghelijck geweest, hoe geern’ had hij die Vracht
Op sijn’ ouw’ voeten noch gespaert, gelyck hij placht.
eod.

NOCH
De Doctor Vander Straten
Heeft eens de werld verlaten;
Staet te bedencken of dit droevighe gevall
Meer dooden geven, of meer levens berghen sal.
7 december 1681
Bron: www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Huygens/index.htm

zondag 13 december 2009

Constantijn Huygens en Graaf Straetman delen hut en bed ?

1693 maart 28 - april 12, Engeland / Hoek van Holland.

Constantijn Huygens jr. (1628-1697) volgde zijn vader Constantijn Huygens sr. (1596-1687) op als secretaris van Stadhouder Willem III (vanaf 1688 Stadhouder-Koning).
Constantijn jr. hield een dagboek bij, het bekende Journaal dat loopt van van 21 october 1688 tot 2 september 1696. Als secretaris was hij deel van het reizende circus van de Stadhouder-Koning, die bij toerbeurt hof hield in Engeland en in Nederland. In 1693 reisde hij samen met Graaf Straetman van Engeland naar Hoek van Holland. Het betreft hier Heinrich Johan Franz Graf von Strattmann (1662-1707), die van 1691-1693 Keizerlijk gezant in Engeland was en in de loop van 1693 Keizerlijk gezant in de Nederlanden werd. Hij was de zoon van de Hofkanzler Theodor Althet Heinrich Graf von Strattmann. Eleonora Gräfin von Strattmann, die Wiener Lori, was zijn zus.
Bij die gezamenlijke overtocht deelden Constantijn Huygens en Graaf Straetman aan boord van het jacht de Catherine de hut en, afhankelijk hoe je de tekst wil lezen, ook het bed...


Constantijn Huygens jr.
zaterdag 28 maart 1693  

De Wilde quam mij seggen, ...//... dat Blatwait hem geseght hadde, dat ick met de Graef Straetman, Envoyé vann Keyser, en Soasso op 't jacht de Catherine over soude gaen.

maandag 6 april 1693

De Graef Straetman met mij op het jacht de Catherine sullende gaen, had versocht, soo de Wilde seyde, om met dat jacht tsamen met het pacquetboot vooruyt te mogen gaen, als de windt het eenighsins soude toelaeten, maer de Con. had het niet goedtgevonden

vrijdag 10 april 1693

Smerg. was Sylvius bij mij. Eerst joff. Hacquart heen en weder. De Wilde quam ten ½ 6 seggen, mij wacker maeckende, dat de windt goedt was. Stond daerop op en haeste met ordre te stellen, soo veel ick konde, moetende weder ander eten om tscheep te nemen noch doen gereedt maecken in groote haest, en de Con. te land van Kinsington naer Gravesend gaende, quam ten 11 uren door Londen. Sylvius en Boision importuneerden mij. Ten 12 ueren gingh met een barge van 6 roeyers daer mede nae toe. Komende daer, was de Con. al de rivier afgesackt, maer lagen daer noch 4 a 5 jachten, en had de Con. gelast aen Capn Willison van Catherine in 't voorbijvaren, dat mij soude inwachten. In dit jacht vondt de Graef Straetman, Envoyé van Keyser, en Soasso met sijn nieuwe vrouw-schoonmoeder, Levi Duarte's Erfgenaem, en noch eenige andere Joden. Ick sliep met Straetman in achtercamer, in een naeuw opslaende beddetje, en att met hem en noch een of 2 Hooghduytsche Edeluyden, heel wel met haer zijnde.

zaterdag 11 april 1693

Smergens te 7 ueren gingen tzeil van Buoy in the Nord, tot daertoe omtrent daeghs te voren zijnde afgesackt, en avanceerden den ganschen dagh met goede windt en seer gemackel. weder.

zondag 12 april 1693

Smergens ten 5 ueren sagen land, en hebbende al voort geseilt, ende Con. Van ons naer den Hoeck van Hollt geloopen zijnde om tot Rhynenburgh te gaen eten, kregen een vissers-schuytje, die cabeljaw en schelvis in had, en daermede tegen den doncker te Maesland-sluys binnen quamen, gaende tot de Commisss van̅ schuyten, die oock herbergh hield, in, onder een menichte van menschen. Bij geluck was den Hertoch van Schomberg met den Ambassr Myl. Dursley en de Gr.v. Valsassine in een schuyt, en van mij gehoort hebbende, lieten mij versoecken met haer te gaen, hoewel de schuyt seer vol was. Quamen soo savonts ten half tween in Haegh en bij mijn vrouw.

dinsdag 24 november 2009

Graf von Strattmann

Kleef-Wenen, 1637-1693

Theodor Althet Heinrich von Strattmann werd in 1637 te Kleef geboren als zoon van de Kurfürstlicher Brandenburger und Pfalzneuburgischer Hofrat (tevens in 1648 Kleefse Burgemeester en Schutterskoning) Hendrick Straetman en Gijsberta van Achteveld. In bronnen en literatuur wordt hij afwisselend Straetman of (von) Strattmann genoemd, in allerlei varianten. Ook zijn voornamen worden nog wel eens door elkaar gehusseld of deels weggelaten. Soms resteert alleen "Heinrich".

T.A.H. Straetman (Clivensis) werd op 24 mei 1654 aan de Universiteit van Keulen gelijktijdig met Rein. ab. Haverloo (Amorsfortensis) ingeschreven, met de toevoeging "ex. gymn. patrum inscrip. Logici Papst". Hij vervolgde zijn studie per 17 augustus 1657 aan de Universiteit van Leuven en studeerde af in de rechten en "freie Kunsten".


Vervolgens doorliep hij een glazende diplomatieke carrière die op voorspraak van zijn zwager Werner Wilhelm von Blaspil startte in dienst van de Brandenburgse Keurvorst. In goed overleg stapte hij in 1666 reeds over naar het Hof van Pfalz-Neuburg waar hij het in 1672 schopte tot Vice-Kanselier. Bij diverse gelegenheden maakte hij een goede indruk op gevestigde Europese topdiplomaten. Johann Graf von Goess, de latere bisschop van Gurk, pleitte al in 1667 bij de keizer ten gunste van Straetman voor de functie van gezant in de Nederlanden, toen deze vacant kwam na het overlijden van Jean Friquet. Hij was dan wel jong, maar hij had rechten gestudeerd, had praktische ervaring in het rechtwezen, sprak naast Duits ook Nederlands en Frans, kon goed met mensen omgaan en had guts juditium, gratiam et modum in tractando, Discretion und Bescheidenheit. Dit maakte hem over de standsgrenzen geliefd; in genere morum: Concienz, Pietät un Probität, keine Laster, kein Geldinteresse, noch sordes, welche auch die guten Qualitäten, sonderlich in solcher Profession, inutil und auch schädlich machen. Maar voor een overstap naar het Keizerlijke hof was het nog iets te vroeg.


Als diplomaat werd hij door Hertog Philipp Wilhelm von Pfalz-Neuburg ingezet in het diplomatieke steekspel rond de Poolse Koningskwestie (1668-69) en speelde hij als onderhandelaar en pendeldiplomaat een sleutelrol, zo niet die van regisseur, bij de onderhandelingen voor het Verdrag van Vossem tussen Brandenburg en Frankrijk in 1673. Straetmans broodheer was niet alleen zéér in z'n nopjes met zijn diplomatieke resultaten, beide heren raakten ook persoonlijk bevriend, getuige de voor die tijd bepaald ongewone aanhef van de Hertog in zijn brieven aan de Vice-Kanselier: "Lieber Strattmann".  Zijn laatste kunststukje voor de Hertog verrichtte Straetman door bij Keizer Leopold I met succes te ijveren voor diens derde huwelijk, op 14 december 1676 te Passau, met Eleonore Magdalena Theresa von Pfalz-Neuburg, de dochter van Philipp Wilhelm.

Tijdens deze huwelijksonderhandelingen werd tevens overeengekomen dat Straetman de overstap zou maken naar Keizerlijke dienst. Alwaar hij meteen voor de leeuwen werd gegooid als één van de drie Keizerlijke gezanten bij de onderhandelingen voor de Vrede van Nijmegen in 1677-1678. Daar trof hij de Bisschop van Gurk, zijn vroege pleitbezorger, aan zijn zijde. Op 4 maart 1683 werd hij benoemd tot Hofkanzler. Straetman kreeg van Leopold I op 30 september 1685 de titel Reichsgraf. Ook met de Keizer bouwde Straetman een bijzonder goede verhouding op. Hij werd gewaardeerd om zijn rust, overzicht, scherpzinnigheid, vasthoudendheid en het feit dat hij in enkele uren het werk kon verzetten waar een ander en dag voor nodig had. En geliefd vanwege zijn trouw, onkreukbaarheid, spitsvondigheid en charme. Hoewel hij de functie nooit officieel bekleedde werd Straetman als primus inter pares algemeen beschouwd als eerste minister.

De Keizer uitte zijn dankbaarheid niet alleen met mooie woorden en titels. Ook financieel werd hij goed beloond. Bij zijn dood op 25 oktober 1693 luidde zijn volledige titel Reichsgraf von Strattmann und Peuerbach, Heer van Orth a/d Donau, Bruck a/d Aschach, Spättenbrunn, Haiding und Schmiding en Rothenburg am Inn. Hij bezat het stadspaleis Palais Strattmann in Wenen en het lustoord Neuwaldeck even buiten de stad. Zijn kinderen erfden ieder een kapitaal van enkele honderdduizenden guldens.

Tegenwoordig wordt hij door historici beschouwd als de belangrijkste Duitse diplomaat uit de tweede helft van de 17e eeuw.

maandag 23 november 2009

Ene Straatman trouwt maitresse van d'Artagnan

1642, Parijs

Charles de Batz de Castelmore, Comte d'Artagnan (Loupiac 1611 - Maastricht 25 juni 1673) werd door toedoen van de Comte de Treville (1598-1672), een vriend van zijn vader,  opgenomen bij de Garde van de Mousquetiers. In zijn jonge jaren was d’Artagnan nogal een heethoofd, die zichzelf regelmatig in de nesten werkte.


In 1642, het jaar dat Kardinaal de Richelieu (1585-1642) overleed, had d’Artagnan een affaire met de knappe vrouw van de herbergier wiens zaak hij regelmatig bezocht met zijn compaan Athos. Tot twee maal toe leidde dat tot een gevecht met de jaloerse echtgenoot. De herbergier werd beide keren zelfs opgesloten in de gevangenis Grand-Châtelet. Via zijn goede contacten met Comte de Treville redde d’Artagnan steeds zijn reputatie. En de bedrogen echtgenoot werd door de invloed van de Treville beide keren weer op vrije voeten gesteld. De Treville raadde d’Artagnan echter met klem aan een eind te maken aan de affaire. Een affaire met een dame van stand kon goed zijn voor reputatie en carrière, zo luidde de Treville’s advies. Maar een affaire met een herbergiersvrouw was het schandaal van een bedrogen echtgenoot die je naar het leven staat niet waard. d’Artagnan nam deze raad ter harte en maakte een eind aan de verhouding. Kort nadat de herbergier voor de tweede keer werd vrijgelaten overleed deze echter. Zijn vrouw nam haar oude professie weer op: de verhuur van gemeubileerde kamers. In de Rue Montmartre verhuurde ze een kamer aan een kapitein van de Garde Suisse genaamd Straatman, een vriend van d’Artagnan. Deze Straatman was daar terecht gekomen vanwege de goede wijn in de kelders. Hij werd verliefd op de voormalige maîtresse van d’Artagnan. Zij had echter haar zinnen nog steeds op d’Artagnan gezet, maar die hield voet bij stuk. Volgens d’Artagnan was ze gek om niet op de avances van Straatman in te gaan, want een Zwitserse Gardist verdiende twee keer zoveel als een reguliere gardist, en bovendien had Straatman kwaliteiten. De door d'Artagnan onbeantwoorde liefde maakte de weduwe van de herbergier wraakzuchtig. Toen Straatman haar ten huwelijk vroeg stemde ze na lang aandringen toe op voorwaarde dat hij d’Artagnan zou vermoorden. Straatman stuurde enkele sterke kerels van zijn garde op d’Artagnan af, die gewond raakt en  slechts met moeite wist te ontsnappen. Dit was kennelijk voldoende om de weduwe overstag te doen gaan, en zij trouwde korte tijd later daadwerkelijk met Straatman. Van verdere moordpogingen zag Straatman daarna wijselijk af.

Bron: Memoires de M. d’Artagnan, vol. 1, van Gatien de Courtilz de Sandras, Keulen 1700.

Gatien de Courtilz de Sandras (1644– 1712) baseerde met name het eerste deel van de triologie Memoires van M. d’Artagnan naar eigen zeggen op d’Artagnans eigen memoires. Hoewel dit twijfelachtig is, zijn veel controleerbare details uit de memoires waarheidgetrouw. Of de Zwitserse Gardist Straatman daadwerkelijk heeft bestaan  is onbekend maar niet denkbeeldig. Gezien de schrijfwijze van diens naam (Straatman met dubbele A) in de originele eerste druk uit 1700 lijkt het echter niet aannemelijk dat de Zwitserse Gardist ook echt een Zwitser was. De schrijfwijze met dubbele A is in Frans- en Duitstalige  landen ongebruikelijk. Een herkomst uit de Nederlanden lijkt logischer.

zondag 15 november 2009

Jan Straetman, tollenaar

1640-1643, Runsfoortse Tol (tussen Doesburg en Zelhem)

Jan Straetman (=Jan bij ’t Vuur) is pachter van de Runsfoortse Tol. De tol ligt niet ver van de zogenaamde Zwarte Kolk, nabij “de Wrange”, tussen Doesburg en Zelhem. De jaarlijkse pachtprijs bedraagt ongeveer 30 gulden, en de tol is voornamelijk gericht op agrarisch verkeer. Na 1643 worden de tarieven herzien en meer gericht op handelsverkeer.




Een korte opsomming van voorgangers en opvolgers van Jan Straetman:

1598-1601, Hendrick van Hengel                
1602-1608, Zelle Janssen                            
circa 1616,   Hendrick Boevinck                  
1620-1626, Wolter Boevinck                      
1632-1638, Jacob Hendricxs, de Wildschut 
1638-1640, Aeltien, wed. Steenhoffs           
1640-1643, Jan Straetman                           
1643-1646, Joffer Boijers (onderpachter Hermen Fricken)
1646-1649, Hermen Fricken, alias Brocken 

In dit lijstje horen nog een paar namen als onderpachter of -beurder, maar onduidelijk is precies wanneer. In ieder geval wel vóór 1646: Kunera Elgers, Hans NN, Hendrik van Carpen en Alef NN.
Het is de moeite waard om eens na te gaan of Alef NN eventueel Alef Straetman was, die op 26 januari 1667 te Oud-Zevenaar trouwde met Geurtje Wolters (getuigen Hendrick Straatman, Willem Bödden jr., Gerrit Schaepsdyck).

Bron: Reizen is tol betalen. De verkeersontwikkeling in en om het gebied van Rijn en IJssel tot de Bataafse omwensteling van 1795, door J.W. van Petersen, Aalten 2002, pag. 282-284

Stratenus. Hoogleraar, burgemeester en lijfarts

1593-1681, Utrecht

In de daklijst van het academiegebouw van de Universiteit van Utrecht, aan het Domplein, zijn tien portretmedaillons aangebracht van personen die een hoofdrol hebben gespeeld in de geschiedenis van de Utrechtse universiteit. De bijbehorende namen staan in een natuurstenen fries tussen de ramen van de begane grond en de eerste verdieping. Het betreft:

  1. Christophorus H.D. Buys Ballot (1817-1890), hoogleraar in de wiskunde (1847) en natuurkunde (1867).
  2. Franciscus Cornelis Donders (1818-1889), hoogleraar geneeskunde en fysiologie.
  3. Gisbertus Voetius (Gijsbert Voet) (1589-1676), eerste hoogleraar van de Universiteit Utrecht.
  4. Anthonius Matthaeus jr. (geb. 1635), hoogleraar in de rechtsgeleerdheid.
  5. Stratenus (Wilhelm van der Straten), eerste hoogleraar geneeskunde van de Utrechtse Universiteit (1636).
  6. Arnoldus Drakenborch (1684-1748), hoogleraar te Utrecht in de welsprekendheid en geschiedenis (1716-1748).
  7. Philip Willem van Heusde (1778-1839), hoogleraar geschiedenis, oudheden, welsprekendheid en Grieks (1803-1815); theoretische wijsbegeerte en letteren (1815-1839); bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek (1816-1839).
  8. Jodocus Heringa Ez. (1765-1840), hoogleraar theologie (1794-1835).
  9. Gerardus Joannis Mulder (1802-1880), hoogleraar in scheikunde (1840-1868).
  10. Adrianus Catharinus Holtius (1786-1861), hoogleraar rechten (1835-1856). 
Bron:  Peter en René van der Krogt, Mens & Dier in Steen & Brons

Willem van der Straten (1593-1681) studeerde medicijnen in Leiden en promoveerde in Padua. Hij werkte in eerste instantie als "Apothecaris" en was in 1636 oprichter van de Utrechtse medische faculteit en één de eerste hoogleraren van de Utrechtse Hoge School. Hij gaf van 1636-1649 colleges in Utrecht, waar hij het praktische en aanschouwelijke onderwijs naast de theorie introduceerde. Daarna was hij een tijd professor aan de Universiteit van Leiden.
Vanaf 1646 was Willem op voorspraak van zijn vriend Constantijn Huygens (die secretaris van Frederik Hendrik was) de officiële Lijfarts van achtereenvolgens drie Stadhouders van Oranje Nassau: Frederik Hendrik, Willem II en Willem III, de latere Stadhouder-Koning. Als zodanig was hij vertrouwenspersoon van zijn Heren en van o.a. Amalia van Solms, in wiens opdracht hij zelfs speciaal naar Kleef reisde voor een bevalling aan het Hof van Maurits. Na de (door de Oranjes gesteunde) moord op de gebroeders de Wit in 1672 schijnt Willem van Straten zich van de Oranjes gedistantieerd te hebben. Willem van der Straten was Burgemeester van Utrecht van 1674-1676 en is tevens "Gecommitteerde ter Reeckencamer van de Generaliteyt in Den Hage" geweest.  Willem van der Straten werd ook wel Stratenus genoemd.

Bron: Dr. E.D. Baumann, Een lijfarts der Oranjes in de XVIIde eeuw, Utrecht z.j.


vrijdag 13 november 2009

Eleonora Gräfin von Strattmann

1672-1741, Kleef / Wenen

Eleonora Magdalena Ursula Gräfin von Strattmann und Peuerbach (1672-1741), dochter van Theodor Althet Heinrich Graf von Strattmann (Straetman) en Anna Maria Mechtildis Moliaert van Zierickzee, trouwt 25 november 1692 in Wenen met Adam Graf Batthyány von Nemet Ujvar (1662-1703). Daarmee is zij de stammoeder van het geslacht Batthyány-Strattmann.

Na het overlijden van haar echtgenoot had Eleonora een levenslange verhouding met Prins Eugenius van Savoyen (1663-1736), beter bekend als Prinz Eugen, de legendarisch keizerlijk legeraanvoerder. Eleonora was invloedrijk aan het hof in Wenen en een populair bij de bevolking, die haar de bijnaam Wiener Lori of Schöne Lori gaf.

De burgemeester Henrick Straetmann in het vorige bericht was haar grootvader.

Burgemeester Straetmann wordt schutterskoning

1648 juni 7, Kleef

Het Antoniusgilde (schuttergilde) had besloten om in 1648 het zogenaamde “Vogelschieten” in ere te herstellen. Dit had sinds 1603 niet meer plaatsgevonden vanwege de aanhoudende bedrukkende oorlogsomstandigheden en “Unheil, Krankheiten und Elend”.  Alle hoogwaardigheidsbekleders uit Kleef en omgeving namen deel of stuurden een schutter die hen vertegenwoordigde.


Na vier rondes schieten schoot Gildemeester Caspar Müller, waard in de “Goldenen Adler”, die deelnam namens Burgemeester Heinr. Straetmann, de vogel af. Spoorslags werd Straetmann uit de stad opgehaald, als Koning gelukgewenst en “die Spielleute und Schalmeien” voorop, naar zijn woning in de stad en vervolgens naar de “Goldenen Adler” begeleid.  Daar werd drie dagen feest gevierd. De Schutterskoning moest een oxhoofd wijn en 25 Taler inleggen.

Bron: Zur Geschichte der Stadt Cleve aus archivalischen Quellen, door Dr. Robert Scholten, Cleve 1905, pag. 418-420

dinsdag 20 oktober 2009

Liederlijk gedrag ener kapelaan

1683 november 13, Münster

Soms kom je tijdens je zoektocht naamgenoten tegen die er een verre van onbesproken levenswandel op na hielden. Zoals kapelaan Johannes Straatman. Hij was kapelaan in het Benedictijneressenklooster St. Aegidii te Munster van 1664 tot 1683.

Op 13 november 1683 werd hij, na een schandaal veroorzaakt te hebben, opgesloten in de St. Mauritz poort. Hij had naakt over straat gelopen en was zich te buiten gegaan aan alcohol:
Herr Stradtman, welcher cum scandalo hominum et praecipue cleri dahie gleichsamb nackendt auf den Strassen gehet und alles versauft, sole nacher St.-Mauritz-pforten ad custadiam gebragtt und dahselbsten mit geringen speissen bekostiget werden.

Bron: Germania Sacra, Neue Folge, Bd.10, Die Bistümer der Kirchenprovinz Köln. Das Bistum Münster 10, Das Zisterzienserinnen- später benediktinerinnenkloster St. Aegidii zu Münster, bearbeitet von Wilhelm Kohl, Berlin, 2009 (Uitg.: Walter De Gruyter), pag. 417