Posts tonen met het label 19e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 19e eeuw. Alle posts tonen

dinsdag 26 januari 2016

Vermoorde 'huisgenoot'


1814 april 11,  Heughem

Mijn ouders Henk Straatman (1933-2010) en Mia Diederen (1933-2014) hebben lange tijd in Eijsden gewoond. Als ik daar op bezoek was geweest, passeerde ik op weg terug naar huis vaak het zogenaamde Moordkruis van Heugem. Het staat aan de ingang van het voormalige gelijknamige dorp, wanneer je vanuit het zuiden langs de Maasoever Maastricht binnenrijdt. In het katholieke zuiden was het vroeger gebruikelijk om wegkruizen te plaatsen naar aanleiding van schokkende gebeurtenissen, zoals een moord of ongeluk. Mijn moeder beweerde ooit dat het slachtoffer dat met het Moordkruis wordt herdacht, in haar huis aan de Kerkstraat 13 te Eijsden had gewoond. Daarop had ik destijds weinig acht geslagen, maar nu wilde ik het toch eens uitzoeken. Via een bevriend bestuurslid van de Vereniging Eijsdens Verleden probeerde ik bevestiging van het verhaal van mijn moeder te krijgen en ze bleek het bij het rechte eind te hebben gehad.


Het opschrift van het stenen kruis luidt: 1814 den 11 april is alhier doodgestooken Arnoldus Houbiers van Eysden. Aldaar gebooren den 30 7ber 1788. Bid God opdat zyne ziel mag rusten in Vreede Amen. Verder toont het kruis een afbeelding van een mes, het moordwapen, en een hart, om aan te geven dat het om een liefdesdrama ging. Arnoldus Houbiers werd vermoord na afloop van de plaatselijke kermis. Kermissen waren destijds ook in die streek een belangrijke huwelijksmarkt. Volgens de lokale overleveringen bezocht Arnoldus de kermis van Heugem, waar hij weer probeerde aan te pappen met zijn voormalige vriendinnetje Kaatje. Twee broers waren niet gediend van deze vreemde vrijer en het kwam tot een handgemeen. Later wachtten zij Arnoldus buiten het dorp op de weg naar Eijsden op, waarbij het tot een fatale steekpartij kwam. Arnoldus was geboren in de oude boerderij van mijn ouders, als zoon van Johannes Houbiers (1741-1801), landbouwer en raadslid (1800-1801), en Lucia Piters (1748- 1829). Johannes Houbiers had het huis op 19 januari 1785 gekocht van zijn zus Anna, die het weer had verkregen uit de erfenis van hun beider ouders Hubert Houbiers en Elisabeth Janssen. Ten tijde van de moord was het huis al overgegaan in handen van Arnoldus’ oudere broer Hubertus Houbiers (1772-1849), die van 1821-1825 en 1827-1842 net als zijn vader raadslid in Eijsden was. Zou hij voor dat mooie gedenkteken hebben gezorgd?


Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in september 2015 als column in Gen.magazine van het CBG.

vrijdag 6 maart 2015

Stratmann & Meyer Cakes Fabrik

1884, Bielefeld

Bij het opruimen van het huis van mijn moeder in het Limburgse Eijsden vond ik een koekblik van de firma Stratmann & Meyer, Bielefelder Cakes u. Biscuit Fabrik. Mijn moeder zal het blik ooit op een rommelmarkt hebben gekocht. Het blik was voor haar niet alleen leuk omdat de naam Stratmann er op staat, het aardige is juist de combinatie met de naam Meyer. Mijn oma heette namelijk Sibijlla Meijers, waardoor op één koekblik de namen van allebei de schoonouders van mijn moeder in licht gewijzigde vorm samenkomen.



Ik wilde natuurlijk graag meer weten over deze bijna-naamgenoten, maar dat bleek meer voeten in de aarde te hebben dan verwacht. Wel vond ik al gauw dat de firma Stratmann und Meyer in 1884 in Bielefeld is opgericht door twee heren die naar die namen luisterden. De voedingsmiddelenindustrie had in die contreien de wind toen kennelijk aardig in de rug, want niet veel later werd eveneens in Bielefeld een fabriek van bakpoeder opgericht door de bekende apotheker Dr. August Oetker (1862-1918). De heren Oetker, Stratmann en Meyer moeten elkaar wel hebben gekend, via de Kamer van Koophandel of de plaatselijke herensociëteit.

Over de oprichters van Stratmann und Meyer kon ik in eerste instantie maar geen nadere gegevens vinden. Wel dat de fabriek in de August Bebel Strasse in Bielefeld rond 1900 bijna vijfhonderd werknemers had, de merknaam SUM voerde (naar de beginletters van de ondernemingsnaam), later werd verkocht aan een andere onderneming en in 1991 naar Saksen in de zogenaamde ‘Neue Bundesländer’ verhuisde waar de loonkosten lager waren. Ook dat men in de nationalistische periode vóór de Eerste Wereldoorlog een prijsvraag had uitgeschreven voor een betere Duitse aanduiding voor het onwenselijk Engelse ‘cake’. De keuze viel uiteindelijk op het goed-Duitse ‘Knusperchen’.



Maar waar ik ook zocht, géén informatie over Stratmann en Meyer. Totdat niet aflatend zoeken leidde tot de ontdekking dat de directeur van het Historisches Museum Bielefeld luistert naar de naam Wilhelm Stratmann. ‘Als die me niet kan helpen, weet ik het ook niet meer’, was de onmiddellijke gedachte. Een vliegende kraai vangt altijd wat. Zijn telefoonnummer was snel achterhaald. Hij bleek geen familie van de koekenbakker en op verzoek stelde ik mijn vragen vervolgens per e-mail. Niet veel later informeerde Wilhelm me over zijn naamgenoot.

Een van de twee oprichters van Stratmann und Meyer heette Heinrich Stratmann.
Heinrich Stratmann werd geboren op 13 maart 1856 in Buer, nu een deel van het stadje Melle (halverwege Bielefeld en Osnabrück), als zoon van 'Schlachtermeister' Friedrich Wilhelm Stratmann en Henriette Karoline Diekmann, en is overleden op 11 december 1940 in Bielefeld.
Heinrich Stratmann trouwde op 2 mei 1885 in Hameln (inderdaad het Hamelen van de rattenvanger, 35 km ten oosten van Bielefeld) met Emilie Helene Johanne Amalie Raapke, geboren op 12 augustus 1862 in Hameln, overleden op 11 augustus 1936 in Bielefeld. Heinrich en Emilie hadden die kinderen:
  • Paul Stratmann, geb. 23 april 1886. Vertrok in 1901 naar Kiel
  • Heinrich Konrad Stratmann, geb. 7 augustus1887, overl. 17 augustus 1887 te Bielefeld
  • Dorothee Stratmann, geb. 22 februari 1900. Vertrok in 1917 naar Godesberg (nu deel van Bonn)
Vermeldenswaard is de geschiedenis van de naamgeving van de straat in Bielefeld waarin de familie vanaf 1890 steeds in hetzelfde huis is blijven wonen. In het begin heette de straat Kaiserstrasse. De straat werd geheel volgens de tijdgeest in 1933 omgedoopt tot Horst Wessel Strasse, naar de nazi-martelaar Horst Wessel (1907-1930) die het gelijknamige lied schreef. Na de oorlog werd de straat weer even gewoon Kaiserstrasse genoemd. Vanaf 1947 heet de straat August Bebel Strasse. Die August Bebel (1840-1913) werd ook wel de Arbeiterkaiser genoemd en was een van de oprichters van de Sozialdemokratische Arbeiterpartei (SDAP), de voorloper van de SPD. De veranderende naam van één straat vertelt zo een hele geschiedenis.

Als er iemand is die me méér kan vertellen over mede-oprichter Meyer, dan hou ik me aanbevolen.

Bronnen:  
- Bielefeld Stadtarchiv, toegang 210,37, Stratmann & Meyer A.-G. 
- Historisches Museum Bielefeld, Objekt des Monats März 2013.

maandag 3 januari 2011

Een gevonden foto: E.A.F. Straatmann

Leer 1842 - Parijs 1880

Afgelopen jaar kreeg ik per post een oude foto geschonken van ene E.A.F. Straatmann. De foto was aan de achterkant met potlood gedateerd 1870-1880. De afzendster Carla Teijsen had de foto gevonden op de zolder van haar vader. Ze had geen enkel idee wie de geportretteerde was en hoe die foto op zolder terecht kon zijn gekomen.

Voor mij een goede reden om op zoek te gaan. Meestal begin ik dan met een snelle zoektocht in de Collectie Familieadvertenties van het CBG. Die zoektocht leverde ook deze keer al meteen nieuwe aanwijzingen op. Ik vond daarin het huwelijk van onze E.A.F. in 1877 en zijn overlijden in 1880.


Hij bleek Edo A.F. Straatmann te heten en ca. 1843 geboren te zijn in Leer (Duitsland, Ost-Friesland). Hij was van 1870 tot 1880 als (hoofd-)administrateur werkzaam bij de Deli-Maatschappij (Deli, Sumatra) en huwde op 27 oktober 1877 te Singapore met Clara W.H. Peters uit Aurich (eveneens Duitsland, Ost-Friesland).  Toen hij op 2 juni 1880 plotseling te Parijs overleed, op doorreis vanuit Indië naar Nederland, liet hij weduwe en kind achter.


In de beeldbank van het KITLV vond ik nog een foto waarop Edo Straatmann figureert. De foto is genomen in 1870 en getiteld “Planters uit Deli”. Volgens de beeldbank staan op de foto de volgende heren: Zittend v.l.n.r. twee onbekenden, [...] Hirtzel, onbekende, A. Breker en [...] Naber. Staand v.l.n.r. [...] Straatman, J.T. Cremer, [...] Michalsky, onbekende en [...] Grob.

In het 'Ortsfamilienbuch' van Leer kon ik meer vinden over de afstamming van Edo Straatmann.
Hij werd op 15 september 1842 geboren te Leer en kreeg bij zijn doop op 15 oktober daaropvolgend de doopnamen Edo Anton Friedrich. Het ouderlijk gezin was als volgt samengesteld:
Beye Sieben Straatmann, Krämer/Kaufmann te Leer, geboren 1807 als zoon van Edo Straatmann en Janke Heyen, overleden 4 augustus 1866 te Leer, huwde Clara Maria Catharina Peters, geboren 1816 als dochter van Sievert Anton Peters en Johann(a) Janssen, overleden 22 augustus 1854 te Leer.

Uit dit huwelijk:
  • Johanna Carolina, geboren 23 oktober 1840 te Leer
  • Edo Anton Friedrich, geboren 15.september 1842 te Leer
  • Emma Maria, geboren 24 juli 1844 te Leer, overleden 19 januari 1847 te Leer
  • Antonette Siverdine, geboren 1 juni 1846 te Leer
  • Emma Maria, geboren 14 februari 1848 te Leer
  • Clara Maria Catharina, geboren 9 mei 1850 te Leer
  • Louise Christine, geboren 14 april 1852 te Leer
Edo's zus Emma Maria Straatmann huwde naar het zich laat aanzien met Pieter Frederik Bicker Caarten, zoon van Arnold Jacob Bicker Caarten en Cornelia Arnolda van Burg. Pieter Frederik Bicker Caarten overleed op 26 november 1919 te Maastricht. Emma Maria en Pieter Frederik kregen  ten minste twee dochters, van wie er één werd geboren te Hamburg, en één zoon. (Bron: Genlias)

Door het feit dat Edo Straatmann bij de Deli-Maatschappij had gewerkt was ineens ook duidelijk hoe de foto op de zolder van de vader van Carla Teijsen terecht moest zijn gekomen. Haar vader Henri Teijsen (1928-1989) had nl. lange tijd ook voor de Deli-Maatschappij gewerkt, in Amsterdam. Dus op de een of andere manier moet die foto uit de inventaris van de Deli-Maatschappij in het bezit van Henri zijn gekomen.

Wanneer iemand nog meer informatie heeft over Edo Straatmann (1842-1880), bijv. over het verdere wedervaren van diens vrouw en kind, dan hou ik me van harte aanbevolen.

zondag 3 januari 2010

Een van zijn geloof gevallen dominee en Multatuli

1870 april 26, Groningen / Mainz

Jan Willem Straatman (Den Haag 27 dec. 1825 - Rijswijk 4 dec. 1882) was de enige zoon uit het huwelijk van Heindrinus Fredrik Straatman en Clasina Koopmans die niet koos voor een militaire carrière.  Van zijn vier broers die de volwassen leeftijd bereikten en allemaal een militaire carrière volgden haalde alleen zijn jongste broer zijn pensioen. De andere drie overleden slechts 24 of 26 jaar oud in Indië. (Zie vorige stukje.) Het lijkt logisch te veronderstellen dat deze gebeurtenissen in Indië van invloed zijn geweest op de verdere ontwikkeling van Jan Willem Straatman.

Jan Willem werd predikant in plaats van militair. Hij studeerde theologie te Amsterdam en werd vervolgens doopsgezind predikant te Wormerveer (1849-1850) en Groningen (1850-1867). In Groningen kwam Straatman in de ban van het modernisme. Het modernisme was een typisch negentiende eeuws verschijnsel. Binnen het protestantse modernisme werden er pogingen ondernomen om het geloof zoveel mogelijk te ontdoen van bovennatuurlijke connotaties en in overeenstemming te brengen met nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen van die tijd, zodat alleen de christelijke essentie zou overblijven. De aanhangers van het modernisme waren vaak ook  betrokken bij nieuwe wetenschappelijke stromingen als het Malthusianisme en het Darwinisme. (In 1859 publiceerde Darwin On the origin of Species). Ze hielden er vaak progressieve ideeën op na op het gebied van onderwijs, belastingen en levensomstandigheden van het gewone volk.

Binnen de doopsgezinde gemeenschap, die van oudsher sterk egalitaire trekken kende, had het modernisme veel invloed bij met name de geestelijke voormannen. Sommige dominees namen voor die tijd zéér radicale standpunten in. Jan Willem Straatman schreef bijvoorbeeld in 1862 De realiteit van ’s Heeren opstanding uit de dooden en haare verdedigers. Een kritisch onderzoek kritisch onderzocht (Groningen 1862) waarin  hij betoogde dat de lichamelijk opstanding van Christus niet erg aannemelijk was.

Straatman had nog meer radicale ideeën.  Hij verwierp niet alleen de lichamelijke opstanding van Jezus, hij was ook tegen het vieren van de christelijke feestdagen. De achterban kon de radicale voorman echter niet volgen. Het kerkbezoek liep terug. In 1867 stelden Straatman en zijn directe collega Corver voor om de doop, de avondmaalviering en de christelijke feestdagen af te schaffen. Daaraan koppelden zij het ultimatum dat zij zouden aftreden als de voorstellen niet zouden worden aangenomen. De gemeente ging echter niet akkoord en de twee dominees legden hun ambt neer. Straatman’s afscheidspreek, getiteld Broeders, ik bid u, gij hebt mij geen onregt gedaan, werd uitgegeven.

Straatman ging vervolgens werken als journalist / redacteur voor de  Nieuwe Groninger Courant. Daarnaast schreef hij een aantal studies over het vroege christendom in de geest van de modernisten. In 1879 werd hij te Rijswijk lid van de gemeenteraad en in 1881 wethouder. Hij verbrak alle banden met de kerk en nam afstand van het geloof.
Zijn kompaan Corver raakte volledig aan lager wal en eindigde als clochard in Parijs.

In de periode dat Straatman redacteur was van de Nieuwe Groninger Courant kwam hij in contact met Multatuli.  Eduard Douwes Dekker, die verlegen zat om extra inkomen, verzocht Straatman 26 April 1870 per brief vanuit Mainz, om méér kopij te mogen leveren voor diens dagblad. In die brief opent Multatuli als volgt:

Zeer geachte Heer Straatman, 

Het spreekt vanzelf, dat ik U by renom-
mée ken. Dank - of wyt - hieraan
myn familiairen toon, en neem me
wat slordigheid in vorm niet al te
kwalyk. Ik meen 't goed…//…


Zie verder Parenteel Straatman Utrecht - Den Haag op www.straatmannen.nl

Bronnen:
-Website Doopsgezinde Historische Kring (http://www.dhkonline.nl/?p=145)
- http://www.dbnl.org/tekst/kort006isvo01_01/kort006isvo01_01_0032.htm (scroll naar pag. 99 voor brief Multatuli)
- Mirjam Buitenwerf-van der Molen, God van vooruitgang. De popularisering van het modern-theologische gedachtengoed in Nederland (1857-1880), Hilversum 2007.
- Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde,  J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden
- Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 3 (1988), pag. 348-349

zaterdag 2 januari 2010

Ridders en onfortuin

1854-1855, Den Haag / Indië

Families kennen tradities. Daarbij kun je ook denken aan familieberoepen. In deze specifieke familie Straatman maken drie generaties mannen carrière in het leger. En dat doen ze niet verkeerd. Als bijvangst grossieren ze ook nog eens in Ridderorden.

Binnen twee generaties twee keer Ridder in de Orde van de Eikenkroon (zie afbeelding), één Officier in de Orde van de Eikenkroon, één Ridder in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau en als klap op de vuurpijl ook nog een Ridder der Militaire Willemsorde. Er zullen denk ik niet veel families zijn die zich daar aan kunnen spiegelen.

Alleen heeft het ze geen geluk gebracht. De drie zonen van de eerste Ridder (Heindrinus Fredrik) stierven jong in Indië. Slechts één zoon (Pieter Johannes) haalde bij het leger zijn pensioen. Als kolonel droeg hij dan ook maar liefst drie medailles. Een vijfde zoon werd predikant. (Zie volgend bericht.)
Frederik, de drager van de hoogste militaire eer, de Militaire Willemsorde, heeft zijn onderscheiding maar amper een jaartje kunnen dragen. En zijn ouders ontvingen in Den Haag het bericht dat hij de Willemsorde ontvangen had ongeveer gelijktijdig met het bericht dat een andere zoon (Dirk Straatman) in Indië gestorven was. (Zie afbeeldingen familieadvertenties.) Glorie en eer maken dus niet gelukkig. En er zijn zover bekend geen naamdragers over om trots terug te kunnen kijken.

 
 


I
Pieter Johannes Straatman, geboren ca. 1757, overleden Utrecht 11 apr. 1843, zoon van Frederik Straatman en Cornelia Kelfkens. Kapitein-luitenant der Marine. Gehuwd met Hendrina Elisabeth Peters, overleden Utrecht 31 mrt. 1838.
Uit dit huwelijk o.a.:
  • Heindrinus Fredrik Straatman, volgt II.
II
Heindrinus Fredrik Straatman, gedoopt Utrecht 27 aug. 1788, overleden Den Haag 4 nov. 1861, zoon van Pieter Johannes Straatman en Heindrina Elisabeth Peterse. Referendaris bij het departement van Oorlog, later (1852)Secretaris weduwen- en weezenkas voor de officieren van de landmacht. Ridder in de Orde van de Eikenkroon 28 okt. 1852. Gehuwd Den Haag 22 aug. 1815 met Klasina Coopmans, geboren Sneek ca. 1787, overleden Groningen 8 jan. 1875, dochter van Anske Rinses Coopmans en Akke Heebles Zwanenburg.
Uit dit huwelijk o.a.:
  • Ansko Straatman, geboren Den Haag 21 mrt. 1824, overleden Batavia 5 okt. 1846. Tweede Luitenant der Artillerie in het Indische Leger.
  • Dirk Straatman, geboren Den Haag 7 nov. 1827, overleden Surabaja 1 sept. 1854. Eerste Luitenant de Artillerie (7 jul 1847 tweede Luitenant), onder-constructeur bij de Constructie-Magazijnen.
  • Frederik Straatman, geboren De Haag 3 mei 1829, overleden Montrado (Borneo) 8 juni 1855. Eerste Luitenant de Artillerie (10 jul. 1850 tweede Luitenant, 27 sep. 1854 eerste Luitenant). Ridder der Militaire Willemsorde 4e Klasse 21 okt. 1854.
  • Pieter Johannes Straatman, volgt III
III
Pieter Johannes Straatman, Volgt III geboren Den Haag 20 feb. 1834, overleden Den Haag 6 okt. 1894. Eerste Luitenant-Adjudant der Infanterie (1863), Kapitein 7e regiment infanterie (20 mei 1867), later regiment grenadiers en jagers (ná 1869), Majoor 4e regiment infanterie (30 sep. 1881), Luitenant-Kolonel (in 1888), Kolonel in ruste (1894). Ridder in de Orde van de Eikenkroon 16 okt. 1869, Officier in de Orde van de Eikenkroon 12 okt. 1880, Ridder in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau 4e Klasse 20 aug. 1882. Gehuwd Groningen 9 juli 1863 met Johanna Wilhelmina van Hoogenhuize, geboren Den Haag 9 mei 1835, overleden Den Haag 13 jul. 1888, dochter van Daniel Philippus van Hoogenhuize (secretaris) en Geertruida Maria Schouten.

Zie verder Parenteel Straatman Utrecht - Den Haag op www.straatmannen.nl

Bronnen:
-C.P. Mulder en P.A. Christiaans, Onderscheidingen van de Koning-Groothertog. De Orde van de Eikenkroon 1841-1891. (Kanselarij der Nederlandse Orden, Den Haag 1999)
-C.P. Mulder en P.A. Christiaans, Een select gezelschap en een vergeten onderscheiding: Ridders in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, jaargang 44 (Den Haag 1990)
-Genlias (www.genlias.nl)
-Centraal Bureau voor Genealogie, Collectie familieadvertenties tot 1970 (www.cbg.nl – Digitale studiezaal)
-Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indië 1815-1942 (DVD, uitgave CBG)

woensdag 16 december 2009

Kribwerkbaas Straatman wordt broeder

1842 januari 29, Maasbracht

Toen na de Franse Tijd Nederland haar onafhankelijkheid herwon èn een koninkrijk werd vond men (Willem I voorop) daarin aanleiding om een nieuw decoratiestelsel in te stellen. De Franse onderscheidingen werden namelijk afgeschaft. Voor militairen kwam de welbekende Willemsorde. Voor burgers werd een civiele pendant ingevoerd: De Orde van de Nederlandse Leeuw. Deze oudste en hoogste Nederlandse civiele orde werd op 29 september 1815 door Koning Willem I ingesteld.

De Orde "strekt tot vererende onderscheiding van Nederlanders die bewijzen geven van beproefde vaderlandsliefde, bijzondere ijver en trouw in het volbrengen hunner burgerplichten of buitengewone bekwaamheid in wetenschap en kunsten". Aan de orde was van 1815 tot 15 april 1994 ook de graad van Broeder verbonden. Dit was de graad voor het "gemene volk". Broeders werden wel verdienstelijk geacht maar kregen vanwege hun maatschappelijke positie binnen het decoratiestelsel geen ridderkruis. Onderscheid moest er immers wezen. In totaal werden 572 mensen benoemd tot Broeder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Een voordeeltje voor de Broeders was dat er, in tegenstelling tot de Riddergraden, aan de Broedergraad wel een geldelijke toelage verbonden was. Deze toelage was bij wet vastgesteld op 200 gulden per jaar. In de beginjaren was dat nog een aanzienlijk bedrag. Een dagloner verdiende in 1840 tussen de 60 en 75 cent per dag. Dus 200 gulden was toen een klein jaarloon. Maar omdat de toelage niet geïndexeerd werd verviel het meer en meer tot een fooi naar mate de tijd voortschreed.

Bij Koninklijk Besluit van 29 januari 1842 werd G. Straatman, Opzichter Waterstaat te Maasbracht, benoemd tot Broeder. Hoewel de officiële brief spreekt van Gerardus blijkt het hier te handelen om Gijsbertus Straatman. Mogelijk was zijn roepnaam Gert, en werd die weer gelatiniseerd tot Gerardus.

Gijsbertus (Gijsbert) Straatman, gedoopt (RK) 22 sept. 1809 te Pannerden, overl. 3 juli 1858 te Maasbracht, zoon van Theodorus Straatman en Elisabeth Hendriks, gehuwd 4 feb. 1831 te Pannerden met Albarta Gelsing, geboren te Pannerden, dochter van Gerhardus Gelsing en Johanna Hendriks. (Zie www.straatmannen.nl, parenteel Pannerden, VI.34)

In de huwelijksakte werd zijn beroep omschreven als "kribwerkbaas", hetgeen zich wel laat vertalen tot "opzichter waterstaat". Ook zijn schoonvader was werkzaam bij Waterstaat.

Welke heldendaad Gijbertus Straatman heeft verricht om de onderscheiding te verdienen wordt uit het Koninklijk Besluit niet duidelijk. Maar een redding van een drenkeling ligt voor een kribwerkbaas voor de hand. Wie kan hier verder helpen?

Bron: C.P. Mulder en P.A. Christiaans, Een gemengd gezelschap en een vergeten onderscheiding. Broeders in de Orde van de Nederlandse Leeuw 1816-1960, in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, jaargang 42 (Den Haag 1988), pag. 213-272

Met dank aan collega's Martin Spaans en Peter Christiaans