Posts tonen met het label 16e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 16e eeuw. Alle posts tonen

woensdag 26 maart 2014

Een mancke Dochter wordt recht gaende

Na enkele jaren eindelijk weer een nieuwe bijdrage aan Straatmannen Blog.

Brussel / Leuven, 1531 juli 8
In een 17e eeuws boekwerk kwam ik een moeder genaamd Catharina Oliviers uit Leuven tegen, echtgenote van Theodorus Straetmans, die met haar kreupele dochter Marguerite Straetmans op bedevaart ging naar het Heilige Sacrament in de Sinte Goedele Kerk in Brussel. En het wonder geschiedde...
Een mancke Dochter wordt recht gaende.
In 't jaer 1531 den 8. Julio compareerde in de Stadt van Brussel in den Choor van de Kercke van . S. Goedele voor 't H. Sacrament Catharina Oliviers / vrouwe van Theodorus Straetmans / woonende tot Loven / ende hadde met haer sekere dochter genaemt Marguerite / oudt elf ofte twelf jaren / die verklaerde voor M. Hendrick van Zeune / ende andere persoonen / doe dat hare dochter Marguerite kreupel geweest is met den rechten voet / soo datse niet en konde gaen / noch den voet uytsteken / ende met groote moeyte was rustende op twee krucken: om welcke redene hare moeder beloofde te besoecken 't H. Sacrament, soo gheringe sy haer soude konnen leyden / ende naer Brussel gevoert zynde / is de dochter met groote pyne gegaen op de krucken in de Kercke van S. Goedele voor 't H. Sacrament, alwaer de moeder met groote devotie haer gebedt sprack / dat Godt soude gelieven hare dochter te genesen: hebbende nu eenigen tydt geweest in haer gebedt / de voorsz. dochter is recht op-gestaen sonder hulpe / ende latende haer krucken liggen is gegaen by den armaris daer 't H. Sacrament rust / om Godt te dencken / ende wordt volkomentlyck gesondt.
Bronnen: 
- Historie van het H. Sacrament van Mirakelen, door Steven Ydens, uitg. Peeter de Dobbeleer 1603 (waarschijnlijk enkele decennia later), pag. 210-211.  Zie Google Books. Met gravures van Adriaen Collaert (zie afb. van processie van H. Sacrament).
- Het genoemde Heilige Sacrament van Mirakelen berustte te Brussel in de collegiale kerk van Sinte Goedele. De auteur was priester, 'licent. inde H. Godtheyt', en kanunnik van de Sinte Goedele Kerk.

donderdag 11 maart 2010

Een neef en nicht van Jan van der Straeten

Brugge, 16e eeuw

Nu we over Jan van der Straeten de belangrijkste gegevens gevonden hebben is er genoeg bijvangst om binnenkort uitgebreid zijn Vlaamse nakomelingen te gaan schetsen. Maar eerst staat er nog een andere vraag open. Volgens de handschrift-genealogie die de aanzet gaf tot de zoektocht naar Jan van der Straeten had hij nog enkele nabije familieleden met Brugse connecties. De genealogie is namelijk opgesteld vanuit een Brugs perspectief en noemt ook enkele andere Van der Straeten die huwden met Vlaams klinkende namen. En bij Jan was aangetekend "kwam te Brugge wonen". Dat maakt nieuwsgierig naar gegevens over Jan's Brugse verwanten.


Eerst maar even een korte weergave van de inhoud van het handschrift om de andere betrokkenen te introduceren:


I   Herman van der Straeten, "geb. te Duijsbourg", gehuwd met (1) Maria van Tiel, gehuwd met (2) NN.
Uit huwelijk 1:
1.      Hendrijc van der Straeten, volgt II-A
2.      Arnout van der Straeten, volgt II-B
Uit huwelijk 2:
3.      Willem van der Straeten
4.      Hendrijck van der Straten
 II-A   Hendrijc van der Straeten, gehuwd met Catharina Waverans, dochter van Jacob Waverans en NN
Uit dit huwelijk:
1.      Hendrijc van der Straeten, volgt III-A
2.      Elisabeth van der Straeten, volgt III-B
3.      Adriaan van der Straeten
 II-B   Arnout van der Straeten, "geboren tot Duijsbourg", gehuwd met (1) Geertruid van Slijck, gehuwd met (2) Godelieve NN
Uit huwelijk 1:
1.       Jan van der Straeten, volgt III-C
Uit huwelijk 2:
-        Vijf kinderen in Gelderland.
 III-A   Hendrijc van der Straeten, gehuwd met Josina Stockmans, dochter van NN Stockmans en NN Halewindr.
Uit dit huwelijk:
1.       Marie van der Straeten, volgt IV-A
2 .      Catherine van der Straeten, volgt IV-B
III-B   Elisabeth van der Straeten, gehuwd met Jan de Witte
III-C   Jan van der Straeten, "kwam te Brugge wonen", gehuwd met Anna de la Bije
IV-A   Marie van er Straeten, gehuwd met Jan van de Velde, zoon van mr. Jan van de Velde
IV-B   Catherine van der Straeten, gehuwd met Gauillaume van der Woestijne

Hieruit volgt dat er mogelijk ook een neef Hendrik (gehuwd met Josina Stockmans) en een nicht Elisabeth (gehuwd met Jan de Witte) naar Brugge kwamen. Bij mijn Brugse zoektocht naar gegevens over Jan van der Straeten, die ik steeds aantrof tussen 1500 en 1539, kwam ik hen echter nooit tegen. Daar kwam pas verandering in toen ik me realiseerde dat de neef misschien wel een stukje ouder was en ik ook de laatste decennia van de 15e eeuw bij het onderzoek betrok.

Bron:
Hoge Raad van Adel, Collectie Snouckaert van Schauburg, (inv.nr. 4316): 19e eeuwse manuscript-genealogie 

Jan van der Straeten blijkt diamantslijper

Brugge, 1512

De inkt van de vorige blog is nog niet droog (c.q. Google heeft de tekst nog niet geïndexeerd)  of het lijkt er op dat ik het antwoord op de belangrijkste resterende vraag aangaande Jan van der Straeten toch al kan beantwoorden. Toen ik de bijdrage had gepubliceerd zocht ik nog even wat in Google Books en werd ik verrast door een lucky hit, waaruit ik kon opmaken dat Jan diamantslijper moet zijn geweest. Althans, er doet zich geen andere naamgenoot voor die in deze setting in aanmerking komt.
Ik laat gewoon de bron aan het woord:

Dertien jongelingen die, onder den naem van Broeders van Boetvaerdigheid, onder den regel van den H.Franciscus, in gemeenzaemheid begeerden te leven, en die met weven hunnen kost verdienden, verkregen van den abt van den Eekhoute eenig land, om zig eene woonst en kapel te bouwen. Hiervoor hadden zy jaerlyks te betalen 6 ponden vlaemsch geld, 6 pond was, en l pond peper. Zy werden in 1512, om hun slegt gedrag, hunne woonst ontzeid, en het magistraet stelde aldaer eenen meester aen tot het onderwys van 30 arme knechtjes. ... // ... 
Daer zy hiertoe geene bekwamere plaets vonden dan de Bogaerdeschool, ... // ...  en dat er aldaer maer drie broeders meer waren, die by hen verscheidene getrouwde lieden aenvaerd hadden, verpligtte het magistraet deze laetsten het gesticht te verlaten, en bevool aen de overgeblevene broeders in hetzelve, tot hunne dood, te verblyven. Ook stelde het den gardiaen der Franciscanen monniken , Jan Cammelinck, als bestuerder aen, en belastte hem met het onderwys en de zorg van 30 arme knechtjens. Deze deden er op 3 January 1513 hunne intrede, en van dan af nam het gesticht den naem van Knechtjens Stedeschool aen; doch is nog altyd onder den naem van Bogaerdeschool bekend gebleven. ... // ... 
Het magistraet henoemde daer en boven nog negen voogden of gouverneurs, dewelke het bestuer der sehool zonden gadeslaen; deze waren MM. Simon Vander Banck; Joos van Roode, eerste schepen; Willem de Priestere en Jan van Hille, beide lakenhandelaers; Jan vander Straeten, diamantslyper; Jan Ghyselin , makelaer der spaensche natie; Philippus Bruneel, brouwer; Adriaen Speek, koopman; en Pieter Dassonville, zeepzieder. Deze heeren gaven elk aen de school eene gift van 12 Philippus guldens, en voor het onderhond en de mondbehoeften betaelden zy 's wekelyks, voor ieder kind, tot 12 myten aen den bestuerder.

Aardig is dat in deze bron ook nog even uitgeweid wordt over de herkomst van de naam Bogaerdeschool. Die blijkt minder voor de hand te liggen dan het in eerste instantie lijkt:
Dit gesticht droeg voor de gemelde verandering den naem van Bogaerde, niet, zoo als vele schryvers het beweren, ter oorzake van eenen boomgaerd die zich aldaer bevond, toen de grond door de heeren van den eeckhoutte, aen de Broeders van Boetvaerdigheid afgestaen werd; maer wel omdat deze onder den regel van den H. Franciscus levende, aenzien wierden als medewerkers in den hoomgaerd des Heeren te zyn. Hetgeen voldoenzaem genoeg bewezen wordt uit de gestichten van dezelde orde, die in onderscheidene plaetsen bestaen hebben, namelyk te Landen, te Brussel en te Leuven, en waervan de broeders onder den regel van den H. Franciscus levende, ook Bogaerde-broeders genoemd worden.

Overigens is het diamantslijpen in de 15e eeuw in Brugge uitgevonden. Zie de website van het Brugse Diamantmuseum.

Bron:
Kronyk of Tydrekenkundige beschryving der stad Brugge, sedert derzelver oorsprong tot op heden, door B. J. Gailliard, Brugge 1849, pag. 78, 202-203

dinsdag 9 maart 2010

Jan van der Straeten en Gerard David

Brugge, 1523

Hoewel we nog steeds niet weten wat Jan van der Straeten († 30 jan. 1539) precies voor de kost deed is wel duidelijk dat hij zeker niet onbemiddeld was. (Zie ook de vier blogs van januari.). Hij huwde in Anne de la Bije een telg uit een vooraanstaande Brugse familie en in 1509 kocht hij de heerlijkheid Stampaertshoucke. Ook het feit dat zijn beide zoons Jan en François konden gaan studeren aan de Universiteit van Leuven geeft aan dat het Jan voor de wind ging.  Als eerste generatie immigrant uit Doesburg sloeg hij dus geen verkeerd figuur. En geheel in stijl lieten hij en zijn kinderen zich, zoals dat "rijke stinkerds" betaamd, begraven in de kerk in Brugge. In hun geval in de Sint Gilliskerk.

Jan wist dus in betrekkelijk korte tijd op te klimmen tot de gevestigde orde van Brugge. In het Brugge van die tijd was het voor maatschappelijk geslaagden aantrekkelijk om een erefunctie te bekleden in gilden en andere maatschappelijke organisaties. Ook die weg wist Jan te vinden. In mei 1523 werd hij verkozen tot proost van de Edele Confrèrie van het Heilig Bloed. Voor een niet-priester misschien wel de hoogste kerkelijk gerelateerde erefunctie.
Brugge beroemt zich er namelijk op dat zij de enige echte heilige graal bezit. Een relikwie van het bloed van Christus dat na de kruistochten zou zijn meegenomen uit het Heilige Land. De Confrèrie is het oudste religieuze broederschap van Vlaanderen en heeft sinds begin van de 15e eeuw tot taak de relikwie te beschutten en op Hemelvaartsdag de jaarlijkse processie te organiseren. De 31 leden van de confrèrie zijn allen heren van stand, uit de aristocratie van Brugge.

Dat Jan zich er bewust van was dat het proostschap de kroon op zijn maatschappelijke carrière betekende wordt goed geïllustreerd doordat hij tijdens het jaar dat hij die functie bekleedde een kostbaar schilderij aan de Confrèrie schonk:  de Bruiloft te Kana van Gerard David.



Op het schilderij zien we een rijk gedecoreerde kamer die uitkijkt uit op het Plein van het Heilige Bloed  in Brugge. De bruid zit aan de verre zijde van de tafel. De Heilige Maagd buigt haar hoofd naar links richting Christus. Aan de linkerkant knielt de schenker Jan van der Straeten, die het traditionele ceremoniële gewaad van de proost van de Confrèrie draagt. Rechts knielt Jan's vrouw Anna de la Bije.

Gerard David (ca. 1460-1523) werd geboren in Gouda of Schoonhoven en vestigde zich als schilder te Brugge. Hij stierf op 13 augustus 1523. Hoewel de Bruiloft te Kana wordt toegeschreven aan Gerard David wordt aangenomen dat het werd voltooid door zijn leerling Adriaan Isenbrandt, toen Gerard David in de maanden voor zijn dood het bed moest houden. Daar staat tegenover dat de proost van de Confrèrie op anciënniteit werd gekozen, Jan van der Straeten dus wist dat hij aan de beurt zou komen en Gerard David dus ook vooruit heeft kunnen werken.
Het schilderij hangt nu in het Louvre te Parijs.

Bron:
Haldane Macfall, A History Of Painting: The Renaissance In The North And The Flemish Genius Part Four, 1911, pag 50-51

vrijdag 5 februari 2010

De lotgevallen van Adriaen van der Straeten

16e eeuw, Damme / Sluis

Adriaen van der Straeten, ook wel Stratius genoemd, was dichter en jurist en werd volgens zijn biografie in de Belgische Biographie Nationale circa 1540 in het Brugse geboren als zoon van François van der Straeten en Jacqueline Loonis. Als dat geboortejaar klopt moet zijn moeder echter François' eerste vrouw zijn geweest die in 1543 stierf: Joanna Spierinck. (Zie: Op zoek naar Jan van der Straeten - 3)

Adriaen had ten minste zeven (half-) broers en zussen:
  • François, * ca. 1553 - † 1587
  • Jan, † 1616, oo Magdalene Bacx
  • Maria, † 1610
  • Jeanne, † ná 1587
  • Anna, † 1619, oo François De Grootte
  • Catherine, † vóór 1581, oo Nicolas Baerdeloos
  • Josine, † ná 1587, oo Jaspar de Pape
Van zijn vader erfde hij, waarschijnlijk omdat hij de oudste zoon was, in 1572 de Heerlijkheid Stampaertshoucke bij Sinte Catelijne buiten Damme. De familie Van der Straeten voerde het wapen als bijgaand afgebeeld. Adriaen volgde onderwijs dat op humanistische leest geschoeid was. In oktober 1558 werd Adriaen ingeschreven aan de universiteit van Leuven waar hij kunsten en recht studeerde. In zijn jonge jaren publiceerde hij enkele dichtbundels (o.a. Poemata ad amicos) in het Beierse Neurenberg, een gereformeerd bolwerk waar sinds 1526 een universiteit gevestigd was en de boekdrukkunst op een hoog niveau stond.
Tijdens het bewind van Alva werd Adriaen op 6 september 1570 benoemd tot pensionaris van het Brugse Vrije. Deze functie bleef hij vervullen tot 31 mei 1575. Als pensionaris bemiddelde hij in conflicten tussen burgers en was hij belast met de uitvoering van allerlei keuren en beslissingen van de schepenen van het Brugse Vrije en de Spaanse landvoogd, waaronder beslagleggingen en de 10e en 20e Penning.

In 1573 en '74 speelde hij een grote rol bij de bevoorrading en de reorganisatie van de verdedigingslinies in het Brugse Vrije tegen de Geuzen in Vlissingen en de voorbereiding van de defensie tegen Willem van Oranje, die aanstalten maakte om het gebied binnen te vallen. Daartoe bereisde hij zo'n beetje de gehele streek van Wenduine tot Sluis. Ondanks het grote vertrouwen dat hij kennelijk genoot legde hij tijdens een vergadering met de schepenen op 21 mei 1575 zijn functie neer.
Op 13 juni 1577, tijdens het bewind van Don Juan, werd Adriaen benoemd tot Baljuw van Damme. (Bijgaand zegel is het 16e eeuwse stadszegel van Damme) Na de inname van Brugge door Willem van Oranje op 20 maart 1578 kwam Damme in Staatse handen. Adriaen bleef echter ook daarna in functie en zorgde er o.a. voor dat de verdedigingslinies in goede staat bleven door de gracht ijsvrij te houden en bomen in de vlakte rondom Damme te laten kappen. Op 12 mei 1581 wordt Adriaen vervolgens benoemd tot schepen van het Brugse Vrije en neemt hij ook zitting in de Vierschaar.

Vanaf dat moment is hij betrokken bij alle vergaderingen over belangrijke gebeurtenissen en onderhandelingen met de elkaar opvolgende overheden en pretendenten. De Acte van Verlatinghe (26 juli 1581), de pretenties van de Hertog van Anjou (1582/83), de benoeming van Prins van Chimay tot Stadhouder van Vlaanderen (1583/84) en de dreigementen en voorstellen van de Hertog van Parma (1583/84) vragen steeds om een reactie van de magistraat van  het Brugse Vrije. In maart 1584 is hij betrokken bij de voorbereidende besprekingen met Parma voor de verzoening met de Koning van Spanje en in mei van dat zelfde jaar bij de onderhandelingen over de condities van de overgave.

Detail van kaart Pieter Pourbus uit 1578


Adriaen werd uiteindelijk mild behandeld door de Hertog van Parma. De Hertog dankte zijn succes bij de herovering van de Zuidelijke Nederlanden deels aan zijn bij tijd en wijle milde optreden. Op 15 september 1584 wordt hij door Parma afgezet als schepen van het Brugse Vrije, zonder verdere bijzondere maatregelen. Terwijl er wel degelijk ook bedenkingen waren omdat hij als loyaal Baljuw van Damme onder Staats bewind had doorgewerkt en er ook serieuze twijfels moeten hebben bestaan over zijn religieuze geaardheid.

Hoe mild Parma ook over hem oordeelde, de troebelen waren Adriaen verder niet in de koude kleren gaan zitten. Hij had zich de voorgaande jaren gedwongen gezien om zijn bezittingen te belasten met aanzienlijke schulden en zijn onroerend goed al deels moeten verkopen. In september werd hij bezocht door de pest, een ziekte waarvan hij in januari 1585 genezen bleek. Hij werd echter aansluitend gegijzeld in verband met de verder opgelopen schulden. Zij broer François nam de betaling van de verplegingskosten op zich en zijn zusters scholden hem flinke sommen geld kwijt. Op 16 november 1585 verkocht hij Stampaertshoucke en op 7 februari 1586 was hij persoonlijk aanwezig op het Prinsenhof te Brugge om zijn onterving te tekenen. Waarschijnlijk om zijn broers en zussen van aansprakelijkheid voor eventuele verdere schulden te vrijwaren.  Van de magistraat kreeg hij even later toestemming om het land te verlaten.

Op 21 augustus 1586 meldt "Jonkheer Adriaen van der Straten" zich met attestatie bij de hervormde gemeente te Sluis, tesamen met Pieter van van de Bruggen, Jan van Vive, Mattheus van Vive, Janszoon, met Janneken, uxor, Marcus van Hasschen, Donaes Platteel, Paesschijne van Westhuus, Meyncken Cools, huisvrouw van Jan Cools en Adriaen de Brauwere met Janneke, zijn huisvrouw. Allen van Brugge.  Onbekend is hoe het Adriaen na dien verder vergaan is. Ook is geen huwelijk of nageslacht van hem bekend.


Bronnen:
- Biographie Nationale, deel XXIV
- Website Jacques de Groote: http://www.tzwin.be/  (voor afbeeldingen van kaart en zegel)
- H. Q. Janssen, De kerkhervorming te Brugge. Een historisch tafereel voor christenen, die voedsel zoeken voor de geest en op gods wegen letten, deel 1, Brugge 1856, pag. 179-185

maandag 1 februari 2010

François van der Straten en Pieter Pourbus

1567, Brugge

François van der Straten (1512-1572), zoon van Jan, was schepen van het Brugse Vrije vanaf 1554 tot zijn dood in 1572. François kocht  (jaartal onbekend) Huis de Cauwersine in Brugge. Een Cauwersine of Cauwersijn staat voor een houder van een bank van lening of een geldwisselaar. In meer negatieve zin ook wel voor een woekeraar.

Volgens de Bibliographie Nationale werd in Huis de Cauwersine in 1626 de Berg van Barmhartigheid gevestigd, een bank van lening die in overeenstemming met de katholieke leer werd bestierd. De Berg van Barmhartigheid was toen gevestigd in het spectaculaire pand dat in de 15e eeuw was gebouwd door de heren van Gruuthuse. Tegenwoordig is dit het Gruuthusemuseum. Voor zover bekend heeft dit gebouw nooit Cauwersine geheten, al is de verwarring logisch gezien de latere bestemming als bank van Lening.

Huis de Cauwersine dat werd gekocht door Fransois van der Straten lag echter aan de Langerei. Daar lagen De Groote Cauwersine en De Kleine Cauwersine. François woonde in 1567, toen hij Pieter Pourbus (1523-1584) opdracht gaf om een portret van hem te schilderen, in De Groote Cauwersine.
In De Groote Cauwersine was de Berg van Barmhertigheid gevestigd voordat deze verhuisde naar Het Gruuthusehuis.

Het portret van Pieter Pourbus hangt nu in Museum Mayer van den Berg in Antwerpen. (Zie afbeelding.) In het wapen op het schilderij in het eerste en vierde kwartier het familiewapen van Van der Straten. De tekening in het tweede en derde kwartier is moeilijker te onderscheiden, maar lijkt dezelfde drie uitkomende leeuwen te bevatten in andere kleurstelling.
Opvallend zijn de vanitas-symbolen: de schedel en de zandloper. Onder het wapen staat de spreuk absit gloria, die zich in deze vanitas-context goed vrij laat vertalen als "streef geen roem na" of "wees niet ijdel"

Een en ander geeft ook aan dat de familie Van der Straeten goed in de slappe was zat. Maar wat was de bron van hun fortuin? Waarom was François' vader Jan van der Straeten (zie aldaar) naar Brugge gekomen?
Weer veel vragen, waarop het antwoord waarschijnlijk nog wel even op zich laat wachten.

Bronnen:
- Bibliographie Nationale (deel 24) 
- Bibliographie des hommes remarquables de la Flandre Occidentale (deel II).
- Pieter Pourbus meesterschilder, 1524-1584 (Paul Huvenne, Brugge 1984) 
- Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, http://www.rkd.nl

zondag 24 januari 2010

Op zoek naar Jan van der Straeten - 4

1503, Brugge / Damme

Heerlijkheid Stampaertshoucke

Nu Jan van der Straeten gevonden is wil je uiteraard meer van hem weten. Waar hij woonde, en hoe zijn zonen zo snel een rol van betekenis konden spelen in de magistratuur van het Brugse Vrije. Een aardig begin is dan altijd Nijhoffs Geschiedenis-lexicon Nederland en België (H.W.J. Volmuller e.a., 1981).

Het Brugse Vrije omvatte de ommelanden van Brugge en werd bestuurd door een schepenbank die zetelde in Brugge, hoewel Brugge zelf geen deel uitmaakte van het Vrije. Ridders en vrije grondbezitters hadden van oudsher de macht in die schepenbank. De schepenbank van het Brugse Vrije had daardoor een in hoge mate conservatief karakter. De Stad Brugge was in de 14e eeuw een economische wereldmacht en de gilden en handelaren hadden grote invloed in het stadsbestuur. In de loop van de 15e eeuw nam de economische vitaliteit  af door de verzanding van het Zwin en de concurrentie van Antwerpen. Ná de Brugse opstand tegen Keizer Maximiliaan I in 1488 zette het verval definitief door en het bestuur van Brugge kwam in handen van aristocraten en juristen. Brugge was nog steeds een rijke stad, maar die rijkdom bestond grotendeels uit inmiddels "oud geld" en inkomsten die hoorden bij bestuurlijke functies in het steeds meer centraliserende Bourgondische rijk. Het moet in die periode geweest zijn dat Jan van der Straeten in Brugge arriveerde. Dat zijn zoon Fransois het schopte tot schepen veronderstelt landbezit in het Brugse Vrije. Maar waar?

Kaart van het Brugse Vrije uit 1664, door Willem Janszoon Blaeu

Via de tweedelige Bibliografie van de geschiedenis van Brugge (Andre van Houtryve, Brugge 1970 / 1979) kwam ik een aantal publicaties op het spoor die me verder konden helpen. Met name de Belgische  Bibliographie Nationale (deel 24) en de Bibliographie des hommes remarquables de la Flandre Occidentale (deel II). Daarin tussen de vele Van der Stra(e)ten géén Jan van der Straeten, maar wel zijn kleinzoon Adriaen (Adrien) van der Straten, ook wel Stratius genoemd.

Het zeer uitgebreide lemma over Adriaen (over wie een andere keer méér)  in de Biographie Nationale leert ons dat Jan van der Straeten zich "tijdens het bewind van Maximiliaan van Oostenrijk" komende van Gelre in Brugge vestigde. Maximiliaan was aan het bewind van 1482-1494 als regent voor zijn minderjarige zoon Philips (de Schone). Dat zou dus inhouden dat Jan van der Straeten zich vóór 1494 in Brugge vestigde.
In 1503 kocht Jan de Heerlijkheid Stampaertshoucke in Saint Catherine buiten Damme, ook wel Sinte Catelyne bij Damme genoemd. Sint Catherine zul je tegenwoordig vergeefs zoeken, het is in de loop van de 18e eeuw van de aardbodem verdwenen. Het lag vlak buiten de poorten van Damme, eens een welvarend havenstadje aan het Zwin in het Brugse Vrije, dat in de 16e eeuw veranderde in een garnizoensstadje. Op bovenstaande kaart van Blaeu zijn zowel S. Catelyne als Stampershoeck ingetekend. (Zie detail.)

Bronnen:
- Nijhoffs Geschiedenis-lexicon Nederland en België (H.W.J. Volmuller e.a., 1981).
- Bibliografie van de geschiedenis van Brugge (Andre van Houtryve, Brugge 1970 / 1979)
- Bibliographie Nationale (deel 24) 
- Bibliographie des hommes remarquables de la Flandre Occidentale (deel II).

woensdag 13 januari 2010

Op zoek naar Jan van der Straeten - 3

16e eeuw, Brugge

Vertrouw nooit een wapenbord....

Op zoek naar Jan van der Straeten hebben we tot nu toe een aantal gedenkstenen gezien die meerdere generaties beschrijven zonder aandacht voor de afgebeelde wapens van moederskant. (Zie vorige aflevering.) Gelukkig worden in het Handschrift de Hooghe ook de individuele grafzerken beschreven.

Wat daarbij opvalt is dat de zerken en de wapenborden en epitaven elkaar nogal eens tegenspreken. De verklaring daarvoor kan zijn dat de grafstenen meestal onmiddellijk na het overlijden van iemand werden vervaardigd, terwijl de andere monumenten vaak pas later werden gemaakt en verschillende generaties beschrijven. In dat laatste geval was een foutje natuurlijk relatief snel gemaakt wanneer men zich moest bedienen van overleveringen en het geheugen van nog levende jongere generaties. Daarom heb ik me bij het maken van het navolgende genealogische fragment, wanneer sprake was van tegenstrijdigheden, steeds gebaseerd op de gegevens van de grafstenen, omdat ik daarbij de kans op fouten het kleinste acht.

I
Jan v.d. Straten, + 30 jan. 1539, zv Bernaert (Aernout?) van der Straeten, oo Anna de la Bije, + 4 jan. 1531, dv Collaert de la Bije en Colijne Perot
Kinderen:
  • Jan v.d. Straeten, doctor academicus medicus, * ca. 1517, + 25 nov. 1552
  • Lieven v.d. Straeten, + 3 mei 1551, oo Anna Weijts, + 14 mrt 1523, dv Cormelis Weijts
  • Fransois v.d. Straeten, volgt II
II
Fransois v.d. Straeten, mr. in de rechten, schepen, * ca. 1512, + 11 mrt 1572, oo 1. Joanna Spierinck, +16 mei 1543, dv Jan Spierinck, oo 2. Jaquemijne Loonis, + 14 nov. 1559, dv Adriaen Loonis en Josijne Vale
Kinderen:
  • Franciscus v.d. Straeten, priester, * ca. 1553, + 18 sep. 1587
  • Maria v.d. Straeten, + 13 dec. 1610
  • Anna v.d. Straeten,  + 25 aug. 1619, oo Franchois De Grootte
  • Jan v.d. Straeten, volgt III
III
Jan v.d. Straeten , + 15 mrt 1616, oo Magdalene Bacx, + 2 mei 1630
Zoon:
  • Jan v.d. Straeten, * ca. 1611, + 13 nov. 1701, oo Joanna Canneel, + 29 sep. 1670, dv Jan Canneel

Keren we nu terug naar de monumenten met de familiewapens dan blijkt dat er meestal geen enkele genealogisch-logische relatie is tussen de familiewapens, anders dan dat alle familienamen in bovenstaande genealogie voorkomen. De gesuggereerde kwartieren zijn niet wat ze lijken.


Caneel is géén voorouder van het koppel Van der Straeten X De La Bije (het ovale schild). Perenot hoort in de genealogie vier generaties eerder dan Caneel voor te komen. En van de tussenliggende generaties ontbreken de familiewapens van bijv. Loonis en Bacx. Dus wat te denken van het wapen met de bok? Is dat werkelijk Van Slijck, of toch gewoon Van der Straeten?

Ik durf de stelling aan dat het hier om het Doesburgse wapen van de familie Van der Straeten handelt. Jan van der Straeten kwam ergens vroeg in de 16e eeuw van Doesburg naar Brugge. Zijn zoons wisten zich in het Brugse Vrije  razendsnel op te werken. In Doesburg verkeerden de Van der Straeten ook in kringen van magistraten zoals de familie Baerkens. Wetende dat Doesburg een Hanzestad was en Brugge één van de toenmalige epicentra van de internationale handel is de verhuizing niet onlogisch. Ik wist al dat de familie Van der Straeten in de handel actief was. Niet veel later duiken leden van de Doesburgse familie ook op in Kopenhagen, waar ze er ook in slagen om zich een plaatsje te verwerven in de betere kringen.
De twee tweede-generatie immigranten Jan en Fransois nemen vervolgens het nieuwe, meer Vlaamse wapen met de leeuwen aan. Eigener beweging of verkregen door functie of bezit.

De heraldische familiemonumenten Van der Straeten in het Handschrift de Hooghe getuigen van een enorme willekeur voor wat betreft de keuze van de afgebeelde wapens. Overwegingen van symmetrie, esthetiek of politiek opportunisme speelden daarbij mogelijk een rol. Met welke families wens je je te associëren op het moment van vervaardiging van het monument?

Hoe dan ook, de boodschap is duidelijk: vaar nooit blind op een wapenbord.
Kloppen die dan nooit? Toch wel. Ik heb er betreffende Van der Straeten in het Handschrift de Hooghe ééntje gevonden. (Handschrift de Hooghe III, pag 212) Controleer zelf maar!



In de ruit (1) De Grootte en Van der Straeten.
Linksboven (2) Van der Straeten, rechtsboven (3) Loonis.
Linksonder (4) De la Bije, rechtsonder (5) Vale,

Het is het wapenbord van Anna van der Straeten (+ 25 aug. 1619), gehuwd met Franchois de Grootte (1).
Anna was de dochter van Fransois van der Straeten (2) en Jaquemijne Loonis (3).
Fransois van der Straeten was de zoon van Jan van der Straeten en Anna de la Bije (4).
Jaquemijne Loonis was de dochter van Adriaen Loonis en Josijne Vale (5).

dinsdag 12 januari 2010

Op zoek naar Jan van der Straeten - 2

16e eeuw, Brugge 

Jan van der Straeten in Brugge, nog meer vragen.

Op zoek naar 16e eeuwse sporen van Jan van der Straeten uit Doesburg in Brugge (zie vorige aflevering) vond ik het digitaal te raadplegen  Handschrift de Hooghe van de Openbare Bibliotheek Brugge.
Ignace-Michel de Hooghe inventariseerde tussen 1698 en 1707 het zogenaamde funeraire erfgoed van de Burgse kerken. Daarbij schonk hij aandacht aan zowel de grafzerken als de wapenborden en epitaven (gedenktekens) die aan of tegen de muren en pilaren van de kerken bevestigd waren. Op basis van eigen onderzoek kleurde hij soms wapens in of voegde hij familienamen toe. Latere eigenaars van de handschriften (in totaal 6 delen) voegden recentere monumenten en graven toe en vulden zo de collectie aan. Een erg waardevolle bron voor Brugse genealogie, zo zou ook in mijn geval blijken.

Al binnen enkele minuten had ik beet (Handschrift de Hooghe III, pag. 37)



Een nagetekende en ingekleurde grafgedenksteen in witte marmer met het volgende bijschrift:
Vrije sepulture van d'heer ende Mr. Fransois VanderStraeten in sijn leven Burghmeester ende Schepen s'lands van den Vrijen, Licenciaet in beide de Rechten, die overleedt den  2 Maerte 1572. Ende van Jo. Anna de la Bije, fa. Colaert sijne huijsvr: die overleet in meije 1560; Ende van Jan vander Straeten fs. Fransois die overleet 15 Maerte 1616. Ende van Jo. Magdalene Bacx Sijne huijsvrouwe, die overleet den 2 meije 1630; Ende van Jan vander Straeten fs. Jans die overl: den 13 November 1701 oude 90 jaren; Ende van Joncvr: Joanna Canneel sijne huijsvr: die overleedt den 29. 7ber 1670; Ende van Jan vander Straeten fs. Jans die overleedt ..... Ende van Jo. Isabelle Stijns fa. Lenaert sijne huijsvrouwe die overleet den 30. 7ber 1705. Bidt voor de Zielen.

Bingo, zo leek het op het eerste gezicht. Een wapen met drie uitkomende leeuwen, Van der Straeten en De Bije zoals bekend van Snouckaert en ongeveer het juiste tijdvak in verband met mijn aantekening over Henrick ter Straten en Stockmans. En daar was ineens ook het voor mij zo vertrouwde wapen met de uitkomende bok. Maar de naam Vander Straeten staat bij de drie uitkomende leeuwen en niet bij de bok. En hier was het niet Jan van der Straeten die met Anna de la Bije getrouwd was, maar ene Fransois. En vanwaar de wapens Caneel en Perenot? Kortom, ik was eerder een paar raadsels rijker.

Elders in het handschrift vond ik nog meer afbeeldingen met de leeuwen en de bok. (Handschrift de Hooghe III, pag. 123) Waarbij één met de naam "Van Slijck" bij het wapen met de bok, naast de van de vorige afbeelding bekende wapens De la Bije en Per(en)ot. Op de vorige afbeelding staat er géén naam bij de bok. Heeft De Hooghe "Van Slijck" zelf toegevoegd op basis van genealogische bronnen?



Het betreft een nagetekende gedenksteen waarop wordt verhaald van:

... de voortreffelijke Heer Doctor Academicus Medicus Joannes vander Straeten, zoon van Joannes, priester van de kerk van de Heilige Donatianus van Brugge, kanunnik, die uit het leven wegging in het 35e levensjaar ...//... op 25 november 1552...
Aan de beroemde Heer Doctor Franciscus Vanderstraete zoon van Joannes ...//... schepen en raadslid ...//... gestorven in zijn leeftijd van 60 jaren 2 maart 1572 ...//... Meester FrancuscisVanderstraete, zoon van voornoemde Meester Franciscus, Priester...//... overleden in zijn 34e levensjaar 18 september 1587...//... dit monument opgericht ...//... volgens zijn testament
De namen bij de wapens worden ook hier niet nader uitgelegd door de tekst. Het lijken vier kwartieren. De naam Van Slijck kennen we ook van de manuscript-genealogie uit Snouckaert als de naam van de moeder van Jan van der Straeten. Debije en Perot zouden dan voor de ouders van Anne de la Bije moeten staan. Maar een wapen met een bok voor een Van Slijck die trouwt met een Van der Straeten is wel héél erg toevallig. In de heraldische collecties Muschart en Steenkamp-Damstra bij het CBG heb ik daar dan geen enkele verwijzing naar kunnen vinden.

Dus nog meer vragen en nog géén echt zinnig antwoord.

Op zoek naar Jan van der Straeten - 1

16e eeuw, Doesburg

Komt Jan van der Straeten van Duijsbourg uit Doesburg?

In de Collectie Snouckaert van Schauburg bij de Hoge Raad van Adel vond ik een ongedateerde 19e eeuwse manuscript-genealogie (inv.nr. 4316) waarin gewag wordt gemaakt van een familie Van der Straeten uit "Duijsbourg nabij Cleve" waaruit een telg in Brugge kwam wonen. Bij deze genealogie zijn geen bronnen vermeld, maar de collectie heeft een behoorlijke renommee voor wat betreft betrouwbaarheid.

Het betreft ene Jan van der Straeten die huwde met Anna de la Bije, zoon van Aernout van der Straeten en Geertruid van Slijck, kleinzoon van Herman van der Straeten en Maria van Tiel. Ook zou deze Jan een neef Hendrijc van der Straeten hebben gehad die gehuwd was met Josine Stockmans. In het manuscript waren geen jaartallen vermeld, maar wel een familiewapen: op goud drie uitkomende leeuwen van sabel.
Ik wilde het manuscript al als "voor mij niet interessant" terzijde schuiven toen mijn oog bleef rusten op een opmerking dat Aernout van der Straeten nog vijf kinderen in Gelderland zou hebben. Toen ging bij mij een lichtje branden. Was Duijsbourg niet gewoon Doesburg? En waren de genoemde Van der Straeten daarmee mogelijk leden van het door mij bestudeerde geslacht Van der Straten uit Doesburg en de Veluwezoom?
Bij nader inzien was nu ook de naam Stockmans van belang, want ik beschik over een aantekening uit 1560 waarin ene Henrick ter Straten optreedt als scheidsman "vanwege Geertrudt Stockmans, zuster van Wendele". (Zie Puzzel 1.) Mij was in verband met die bron nooit duidelijk geweest wat Henrick voor een relatie met de familie Stockmans had. Als echtgenoot van een meisje Stockmans ligt het echter voor de hand dat hij voor een schoonzus of nichtje als scheidsman optrad. Alleen voerde "mijn" familie Van der Straten een héél ander familiewapen, nl. een uitkomende bok, al dan niet in een gedeeld schild. (Zie ook heraldisch overzicht.)




Maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik ging op zoek naar Brugse bronnen om uit te zoeken of er een relatie was.

woensdag 6 januari 2010

Biechtvader der arme Clarissen als martelaar van Enkhuizen

1572 juli 14, Enkhuizen

Haast iedereen kent de Martelaren van Gorcum. Natuurlijk waren er meer van zulke gevallen in de Tachtigjarige Oorlog. Uit een katholiek propagandawerk van 1809 een voorbeeld uit Enkhuizen:

...//...Ik hebbe gezeyt, dat de geuzen zig meester gemaekt hadden van de stad Alckmaer in Holland (noot RS: 24 juni 1572), eer dat zy te Gorcum kwamen. Te Alckmaer namen zy gevangen de paters Minder-broeders, die zy in hun convent vonden, en vervoerden hun naer Enckhuyzen, doende hun veéle versmaedheden en ongemakken onderstaen. Eenen priester apostaet (diergelyke zyn doórgaens de booste) kwam by hun, met eene Hostie in de hand, en vraegde aen den pater guardiaen, of die zynen God was ! Den guardiaen antwoordde kloekmoediglyk: Is 't dat die Hostie van eenen wettigen priester geconsacreert is, zoo belyde ik met een vast geloof dat 'er tegenwoórdig is mynen Heer en God. Dien apostaet zeyde, dat die belydenisse aen hun de dood zoude kosten. 'S anderdags, wezende den 14 van julius, wierden die religieusen op de merkt aen de galg gehangen, welker naemen waeren, Daniël Arendonck guardiaen, Cornelius Vander Straete biegt-vader der arme Clarissen, Joannes van Naerde koster der kerk van de Minder-broeders, Ludovicus Voetz uyt Walsch-Brabant, die nog geene' twee jaeren priester was, Adrianus van Gouda leeken-broeder, portier van't klooster. By deéze moeten wy voegen Engelbertus Terbourg leeken-broeder van't zelve klooster, die zig verborgen hadde, maer van een oud wyfken verklapt wierd. De geuzen hebben hem gevangen, ongehoorde tormenten doen onderstaen, en, naer eene lange gevangenisse, op 't eynde der maend september aen eenen boom opgehangen...///..

Bron:
Heylige en Roemweerdigepersoonen, de welke in de acht laetste Eeuwen bezonderlyk medegewerkt hebben om de Roomsch-Catholyke religie, in geheel Nederland, uyt-te-bereyden, vast-te-stellen en te bewaeren; als ook Vyanden en Vervolgers der zelve religie, door C. Smet, Priester, Brussel 1809, pag. 489

zondag 13 december 2009

Puzzel - 3

1492 - 1558,  Angerlo / Bahr en Lathum


In Angerlo, ten zuiden van Doesburg op weg naar Rheden, lag vroeger het Zutphense leengoed de Hekersche slach. Van de opeenvolgende leenmannen van dit leen is een register bijgehouden. Een deel daarvan is relevant voor dit onderzoek:
  • Cunegonde, huysfrou Loeffs van Smalenborch, erve hares broders Hermans ten Have, ontfengt end transporteert dit leen voort op Arnt ter Straten, anno 1492.
  • Henrick van der Straten, erve sijnes vaders Arnts, a°. 1509.
  • Henrick op der Straten, onmundig, erve sijnes vaders Henrix, beleent, 5 Nov. 1521. Walraven van Baex is sijn hulder. Sijne moder Gertrud Wychers wort hare tucht voorbeholden.
  • Idem stelt tot hulder Jacob die Ruter, 13 Maii 1533.
  • Idem doet selfts eedt, 24 Oct. 1538.
  • Idem vernijt eedt, 26 Junii 1544.
  • Henrick ten Holt bij transport Henrix voorn, ontfengt een goet, genoemt den halven Hekerschen slach, in den kerspel van Angerlo, in den gericht van Doesborch gelegen, tot Zutphenschen rechten, 9 Oct. 1548.
  • Johan ten Holte, erve sijnes broders Henrix, draecht dit voort op Gerrit ten Bongart. Ende Heesken Holthuys met Herman ten Holt, haren soon, oick hare 4 dochteren Henrixken, Willemken, Grietken ende Hilleken ten Holt vertyen op haer actie, 20 Martii 1555.
Hieruit kan een korte stamlijn Van der Straten worden samengesteld.

  1. Arnt ter Straten, overlijdt ca. 1509
  2. Henrick I van der Straten, overlijdt ca. 1521, huwde Gertrud Wychers
  3. Henrick II op der Straten, verkoopt Hekersche Slach 1548 aan Henrick ten Holt.
Het aardige is dat Henrick II op der Straten de Hekersche Slach lijkt te verkopen aan iemand uit een familie die ook in de Veetelling van 1526 van Rheden wordt genoemd. (Zie "Puzzel - 2".) Leengoederen gingen zelden zomaar over op "wildvreemden". Meestal erfden ze over in de familie of werden ze bij wijze van gunst tegen betaling overgedaan aan een bekende of familielid. Het meest waarschijnlijke is volgens mij zelfs dat de verkoper Henrick op der Straten was gehuwd met een meisje Ten Holt, of omgekeerd dat Henrick ten Holt  gehuwd was met een meisje Op der Straten. Hoe dan ook lijkt het zeer aannemelijk dat Henrick II dezelfde is als Henr. opter Straten die in 1526 werd genoemd als eigenaar in de Veetelling van Rheden. Herman opter Straten uit diezelfde veetelling kan dan niet Henricks vander zijn geweest, wel mogelijk diens broer of oom.

Een ander relevant leengoed was Die Uytmate en die Vollick by Bair in de kerspel Lathum, gelegen ten zuiden van Angerlo aan de IJssel tegenover Rheden:
  • Een erf en goed, gelegen tot Latum en bij Baer, geheeten die Uytmate en die Vollick. Henrick ther Straetten na transport van Deryck Makereell, 17 April 1506.
  • Henrick opter Straten, vermits doode van Henrick opter Straten, zijn vader, 5 April 1548.
  • Idem draagt die Utmaten en die Volck op aan Goesen Everts, die daarmede beleend is, 4 Januari 1558.

Detail kaart van Ortelius uit 1573, 
met centraal Rheden (Ree), Lathem en Angerlo (Angelre)

Waarschijnlijk gaat het om dezelfde Henrick opter Straten als die van de Hekersche Slach. Henrick I verwierf dan in 1506 Die Uytmate en erfde vervolgens in 1509 de Hekersche Slach van zijn vader Arnt. Het overlijden van Henrick I komt in dit lijstje niet tot uiting, hetgeen niet uitzonderlijk is. In 1548 overlijdt dan Henrick II.. Zijn zoon, die ook weer Henrick heette, erfde leengoed Die Uytmate en de Hekersche Slach, maar verkocht de laatste meteen door aan Henrick ten Holt. Als we dit aannemen moet de stamlijn worden uitgebreid met één extra Henrick opter Straten:
  1. Arnt ter Straten, overlijdt ca. 1509
  2. Henrick I van der Straten, overlijdt ca. 1521, huwde Gertrud Wychers
  3. Henrick II op der Straten,  overlijdt ca. 1548
  4. Henrick III opter Straten, verkoopt Hekersche Slach 1548 aan Henrick ten Holt, verkoopt 1558 Die Uytmate en die Volck aan Goesen Everts
Terug naar Geertruijt Straetman en Hendrik Heijdendael: Geertruijt kan een zus zijn geweest van Henrick op der Straten die overleed in 1548 en een dochter van Henrick van der Straten en Gertrud Wychers. Henrick opter Straten kan de zegelaar uit "Puzzel - 1" zijn geweest. En Willem opter Straten uit datzelfde verhaaltje, die gehuwd was met Geertruijt Baerken, mogelijk Henrick's broer. Dan volgt deze hypothetische genealogie:
I           Arnt ter Straten, + ca. 1509, volgt II
II          Henrick I van der Straten, + ca. 1521, huwde Gertrud Wychers. Volgt III-A en III-B
III-A    Henrick II op der Straten,  overlijdt ca. 1548. Volgt IV-A en IV-B
III-B    Geertruijt Straetman, huwde Hendrik Heijdendael
IV-A    Henrick III opter Straten,
IV-B    Wilhem opter Straten, huwde Geertruijt Baerken


    Bron 1: Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en het Graafschap Zutphen, bewerkt door J.S. van Veen, Arnhem 1917, pag. 197-199
    Bron 2: Register op de Leenen der Bannerheerlijkheid Baer en de Heerlijkheid Lathüm, bewerkt door  W. Wijnaents van Resandt en Dr. J. S. van Veen, Arnhem 1926, pag. 34

    Puzzel - 2

    1526, Rheden


    In 1526 werd in Gelre op last van de Hertog een veetelling gehouden met het oog op belastingheffing. In Rheden (op de Veluwezoom), tussen Arnhem en Doesburg, werden o.a. de volgende eigenaren met hun vee ingeschreven:
    • Arnt Heijendall: 14 paarden, 1 eenjarig veulen, 13 koeien, 14 pinken (eenjarige koe), 1 vaars (tweejarige koe),  1 driejarige koe, 31 schapen, 4 varkens, 14 tweejarige varkens.
    • Henrick Beecker: 14 paarden, 2 eenjarige veulens,14 koeien, 12 vaarzen, 10 varkens, 14 eenjarige varkens en 24 schapen
    • Henrick then Holte: 4 eenjarige runderen en 1 eenjarig paard
    • Henr. Opter Straten: 10 oude paarden, 1 eenjarig veulen en 3 tweejarigen', 11 koeien, 10 pinken en 11 vaarzen, 11 varkens en 15 schapen
    • Herman Opter Straten: 98 schapen
    • Jan Kreijenfenger Bernts: 7 paarden, 8 koeien, 4 pinken, 5 vaarzen en 306 schapen
    Arnt Heijendall, Henrick Beecker en Henr. Opter Straten waren daarmee veruit de grootste veehouders van alle bijna 100 personen uit Rheden die in de Veetelling werden genoemd.
    In de eerste helft van de 17e eeuw waren nog steeds leden van de families Heijdendael en Straetman / opter Straten (en Ten Holt) eigenaar van aanzienlijke stukken land in Rheden en de aangrenzende dorpjes.


    Het ligt voor de hand dat telgen uit families van vergelijkbare welstand uit het zelfde dorp met elkaar trouwden. Zo ook mogelijk Hendrik Heijdendael en Geertruijt Straetman uit de vorige bijdrage ("Puzzel - 1"). Was Hendrik een zoon van Arnt Heijendall en Geertruijt een dochter van Henr. opter Straten? En wie was hier Herman opter Straten? De vader, een broer of zoon van Henr.?


    Bron 1: De Veetelling van 1526. Gelders Archief, Hertogelijk Archief, toegang 1363, Opteykeninge vand'beesten op alle die Veluwen en Veluwensoom, getranscribeerd door R.M.A. Wegman, Westervoort 1990
    Bron 2: Gelders Archief, Oud Archief Arnhem, toegang 2000, inv.nr.'s 5926 (1611-1618), 5927 (1621-1625), 5928 (1626-1631) & 5929 (1632-1637), Schatcedullen Veluwezoom


    Puzzel - 1

    1547-1560, Doesburg

    In de 16e eeuw zijn de bronnen voor genealogisch onderzoek meestal schaars. Kerkboeken zijn er vaak nog niet, veel materiaal is verloren gegaan en de bronnen die je wel vindt geven vaak maar incomplete stukjes genealogische informatie. Kieskeurig kun je echter niet zijn. Je moet blij zijn met ieder gegeven dat je kunt vinden en woekeren met het materiaal.
    In het inventaris van het Archief van Huis Keppel trof ik het navolgend regest.

    1547 mei 11, Drempt
    Henrick van Scharpenzell (= Scherpenzeel), richter in het ambt van Doisborch (= Doesburg), oorkondt, dat Johan van Palant, heer tot Voirst en Keppel etc., en diens vrouw Elyzabeth, de helft van 15 akkers land, gelegen in het kerspel Drempt, in het voornoemde richterambt, inlossen van Wyllem Bairken (= Baerken) en diens vrouw Elsken, Arnt Baerken en diens vrouw Heesken, Wyllem opten Strate en diens vrouw Geertken, Johan Boekefoirt en diens vrouw Ryka, Arnolda, wed. van Symon Baerkens, en Fya the Kollick, om deze 15 akkers aan het gasthuis binnen Keppel in gebruik te kunnen geven. (Oorspr.  inv.nr. 1330, met het zegel van den oorkonder en de licht aan den rand geschonden zegels van Wyllem Telchuys en Sander die Wyse, gerichtslieden.)

    Een hele rits namen van mensen die op de een of andere manier in relatie tot elkaar staan. Er wordt een stuk land verkocht. De verkopende partij bestaat uit een behoorlijk aantal mensen. Die mensen waren samen eigenaar. Mogelijk dus familie. Maar onduidelijk is op welke manier ze verwant waren. Voor mij was het interessant om te weten welke rol Wyllem opten Strate en zijn vrouw Geertken hier spelen.
    Eerst ging ik in mijn aantekeningen zoeken naar andere vermeldingen van ene Willem opten / op ter / van (der) Strate(n). En ik vond het navolgende:

    1560 november 12, Zutphen (Dynxdach post Martini in den wijnter)
    Int jair ons heren duysent vyffhondert ind sestich op Dynxdach post Martini in den wijnter. Henrick Bairken en Johan Zoir, scheidslieden, vanwege Wilhem Bairkens (= Baerken) en zijn vrouw Wendel enerzijds en Wilhem ter Straten en Henrick ter Straten als scheidslieden vanwege Geertrudt Stockmans, zuster van Wendele, anderzijds, oorkonden, dat zij een magescheid gemaakt hebben tussen partijen aangaande het door Wendele en Geertrudt’s ouders nagelaten goed. (Met de -deels zwaar- geschonden zegels van Henrick Bairken, Johan Zoir, Wilhem en Henrick ter Straten in groene was. )

    Het gaat hier waarschijnlijk om dezelfde Willem, die weer wordt genoemd in relatie tot de familie Baerken. Hoewel het al prettig is dat ik nog een aantekening kon vinden, word ik er niet meteen veel wijzer van. Hoe Willem en Henrick zich tot elkaar verhielden is bijvoorbeeld onduidelijk. Waren ze broers of was Henrick de vader van Willem? Wel beschik ik over afbeeldingen van de zegels van beide mannen.


    Zegels van Wilhem en Henrick ter Straten

    In het wapen van Wilhem een omgekeerd hoefijzer voor. In het wapen van Henrick een hooivork en een gestileerde uitkomende bok. Die bok is een oude bekende uit het wapen van de familie Van Straten / Straetman uit Gelre en Utrecht. (Zie afd. heraldiek op www.straatmannen.nl.) Hooivork en hoefijzer verwijzen waarschijnlijk naar beroep of gilde.

    De volgende stap was zoeken naar informatie over de familie Baerken. In de Navorscher van 1910 vond ik een  serie bijdragen van  J. Kleijntjens op basis van een genealogie die in 1745 was opgesteld door P.C. Baerken. Daarin vond ik het het volgende gezin:

    Hendrik Baerken huwde Ida ten Berghe.
    Uit dit huwelijk:
    1. Wilhelm Baerken, burgemeester van Doesburg (1550), huwde 1 met onbekend, huwde 2 met Elisabeth Heijdendael, dochter van Hendrik Heijdendael en Geertruijt Straetman.
    2. Arend Baerken, huwde 1 met Elisabeth ten Heinckinck, huwde 2 met Emerentiana Horstinck
    3. Geertruijt Baerken
    4. Rijcka Baerken
    5. Simon Baerken
    6. Hadewich Baerken
    De namen uit het regest van 1547 passen precies op dit gezin.
    1. Wilhem Bairken en diens vrouw Elsken zijn Wilhelm Baerken en Elisabeth Heijdendael.
    2. Arnt Baerken en diens vrouw Heesken zijn Arend Baerken en Emerentiana Horstinck
    3. Wyllem opten Strate en diens vrouw Geertken matchen met Geertruijt Baerken
    4. Johan Boekefoirt en diens vrouw Ryka matchen met Rijcka Baerken
    5. Arnolda, wed. van Symon Baerkens matcht met Simon Baerken
    6. Fya the Kollick stellen we ons bij deze dan voor als weduwnaar van Hadewich Baerken.
    Dit leert ons dat Willem opten Strate vóór 11 mei 1547 huwde met Geertruijt Baerken en stierf ná 12 november 1560. Een hoop gepuzzel voor een beetje resultaat. Maar als je dat soort inspanningen maar blijft herhalen kun je uiteindelijk ooit een leuke 16e eeuwse genealogie bouwen.

    Volgende vraag die zich opdringt: hoe verhielden Willem en Geertruijt Straetman zich tot elkaar?
    Uit de Collectie Steenkamp-Damstra bij het CBG weet ik dat Geertruijt het bekende wapen met de bok voerde. Haar achternaam doet wel erg modern aan, tussen alle 16e eeuwse van der, opten en opter Straten. Dit laat zich eenvoudig verklaren doordat de vermelding afkomstig is uit het 18e eeuwse handschrift, toen de naam Straetman al lang gemunt was voor de familie die zich enkele eeuwen eerder van andere varianten bediende.  Naar alle waarschijnlijkheid was zij een tante van Willem. Daarover een andere keer meer...

    Bron 1: Inventaris van het archief van het Huis Keppel (1272-1853) (in Het Gelders Archief), door Mr. A.P. van Schilfgaarde, Tweede deel: regestenlijst en index, Arnhem 1955 (1975), reg.nr. 531
    Bron 2: Regionaal Archief Zutphen, Particuliere Charters 1297 – 1809 regesten , Archiefnr. 191, reg.nr. 1157
    Bron 3: Geslachtsboek der familie Stenderingh-Baerken en aanverwante families, door Jos Kleijntjens, in: De Navorscher Jaarg. 59 (1910)

    donderdag 22 oktober 2009

    Misdadiger geradbraakt

    1545, Emmerik

    In 1545 werd te Emmerik ene Gert Strait ter dood veroordeeld voor verkrachting en moord van een 16-jarig meisje. Het oordeel werd aan Hertog Willem V van Kleef (1516-1592) voorgelegd. Deze verlangde uitlevering van de misdadiger om de veroordeelde op de plaats van het misdrijf terecht te kunnen stellen. Het gerecht van Emmerik ging daar echter niet op en voltrok het oordeel zelf: er wurde lebendig auf ein Rad gesetzt und, nachdem Arme und Beine mit einer Axt gebrochen, mit einem Schwerte zwischen Himmel und Erde zum Tode gebracht.
    Op dezelde manier werd in 1548 ook de moordenaar Friederich Minth terechtgesteld.

    Bron: Annalen der Stadt Emmerich, Von Andreas Dederich, Wesel 1867, pag. 286-287