Posts tonen met het label Van der Straten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van der Straten. Alle posts tonen

vrijdag 5 februari 2010

De lotgevallen van Adriaen van der Straeten

16e eeuw, Damme / Sluis

Adriaen van der Straeten, ook wel Stratius genoemd, was dichter en jurist en werd volgens zijn biografie in de Belgische Biographie Nationale circa 1540 in het Brugse geboren als zoon van François van der Straeten en Jacqueline Loonis. Als dat geboortejaar klopt moet zijn moeder echter François' eerste vrouw zijn geweest die in 1543 stierf: Joanna Spierinck. (Zie: Op zoek naar Jan van der Straeten - 3)

Adriaen had ten minste zeven (half-) broers en zussen:
  • François, * ca. 1553 - † 1587
  • Jan, † 1616, oo Magdalene Bacx
  • Maria, † 1610
  • Jeanne, † ná 1587
  • Anna, † 1619, oo François De Grootte
  • Catherine, † vóór 1581, oo Nicolas Baerdeloos
  • Josine, † ná 1587, oo Jaspar de Pape
Van zijn vader erfde hij, waarschijnlijk omdat hij de oudste zoon was, in 1572 de Heerlijkheid Stampaertshoucke bij Sinte Catelijne buiten Damme. De familie Van der Straeten voerde het wapen als bijgaand afgebeeld. Adriaen volgde onderwijs dat op humanistische leest geschoeid was. In oktober 1558 werd Adriaen ingeschreven aan de universiteit van Leuven waar hij kunsten en recht studeerde. In zijn jonge jaren publiceerde hij enkele dichtbundels (o.a. Poemata ad amicos) in het Beierse Neurenberg, een gereformeerd bolwerk waar sinds 1526 een universiteit gevestigd was en de boekdrukkunst op een hoog niveau stond.
Tijdens het bewind van Alva werd Adriaen op 6 september 1570 benoemd tot pensionaris van het Brugse Vrije. Deze functie bleef hij vervullen tot 31 mei 1575. Als pensionaris bemiddelde hij in conflicten tussen burgers en was hij belast met de uitvoering van allerlei keuren en beslissingen van de schepenen van het Brugse Vrije en de Spaanse landvoogd, waaronder beslagleggingen en de 10e en 20e Penning.

In 1573 en '74 speelde hij een grote rol bij de bevoorrading en de reorganisatie van de verdedigingslinies in het Brugse Vrije tegen de Geuzen in Vlissingen en de voorbereiding van de defensie tegen Willem van Oranje, die aanstalten maakte om het gebied binnen te vallen. Daartoe bereisde hij zo'n beetje de gehele streek van Wenduine tot Sluis. Ondanks het grote vertrouwen dat hij kennelijk genoot legde hij tijdens een vergadering met de schepenen op 21 mei 1575 zijn functie neer.
Op 13 juni 1577, tijdens het bewind van Don Juan, werd Adriaen benoemd tot Baljuw van Damme. (Bijgaand zegel is het 16e eeuwse stadszegel van Damme) Na de inname van Brugge door Willem van Oranje op 20 maart 1578 kwam Damme in Staatse handen. Adriaen bleef echter ook daarna in functie en zorgde er o.a. voor dat de verdedigingslinies in goede staat bleven door de gracht ijsvrij te houden en bomen in de vlakte rondom Damme te laten kappen. Op 12 mei 1581 wordt Adriaen vervolgens benoemd tot schepen van het Brugse Vrije en neemt hij ook zitting in de Vierschaar.

Vanaf dat moment is hij betrokken bij alle vergaderingen over belangrijke gebeurtenissen en onderhandelingen met de elkaar opvolgende overheden en pretendenten. De Acte van Verlatinghe (26 juli 1581), de pretenties van de Hertog van Anjou (1582/83), de benoeming van Prins van Chimay tot Stadhouder van Vlaanderen (1583/84) en de dreigementen en voorstellen van de Hertog van Parma (1583/84) vragen steeds om een reactie van de magistraat van  het Brugse Vrije. In maart 1584 is hij betrokken bij de voorbereidende besprekingen met Parma voor de verzoening met de Koning van Spanje en in mei van dat zelfde jaar bij de onderhandelingen over de condities van de overgave.

Detail van kaart Pieter Pourbus uit 1578


Adriaen werd uiteindelijk mild behandeld door de Hertog van Parma. De Hertog dankte zijn succes bij de herovering van de Zuidelijke Nederlanden deels aan zijn bij tijd en wijle milde optreden. Op 15 september 1584 wordt hij door Parma afgezet als schepen van het Brugse Vrije, zonder verdere bijzondere maatregelen. Terwijl er wel degelijk ook bedenkingen waren omdat hij als loyaal Baljuw van Damme onder Staats bewind had doorgewerkt en er ook serieuze twijfels moeten hebben bestaan over zijn religieuze geaardheid.

Hoe mild Parma ook over hem oordeelde, de troebelen waren Adriaen verder niet in de koude kleren gaan zitten. Hij had zich de voorgaande jaren gedwongen gezien om zijn bezittingen te belasten met aanzienlijke schulden en zijn onroerend goed al deels moeten verkopen. In september werd hij bezocht door de pest, een ziekte waarvan hij in januari 1585 genezen bleek. Hij werd echter aansluitend gegijzeld in verband met de verder opgelopen schulden. Zij broer François nam de betaling van de verplegingskosten op zich en zijn zusters scholden hem flinke sommen geld kwijt. Op 16 november 1585 verkocht hij Stampaertshoucke en op 7 februari 1586 was hij persoonlijk aanwezig op het Prinsenhof te Brugge om zijn onterving te tekenen. Waarschijnlijk om zijn broers en zussen van aansprakelijkheid voor eventuele verdere schulden te vrijwaren.  Van de magistraat kreeg hij even later toestemming om het land te verlaten.

Op 21 augustus 1586 meldt "Jonkheer Adriaen van der Straten" zich met attestatie bij de hervormde gemeente te Sluis, tesamen met Pieter van van de Bruggen, Jan van Vive, Mattheus van Vive, Janszoon, met Janneken, uxor, Marcus van Hasschen, Donaes Platteel, Paesschijne van Westhuus, Meyncken Cools, huisvrouw van Jan Cools en Adriaen de Brauwere met Janneke, zijn huisvrouw. Allen van Brugge.  Onbekend is hoe het Adriaen na dien verder vergaan is. Ook is geen huwelijk of nageslacht van hem bekend.


Bronnen:
- Biographie Nationale, deel XXIV
- Website Jacques de Groote: http://www.tzwin.be/  (voor afbeeldingen van kaart en zegel)
- H. Q. Janssen, De kerkhervorming te Brugge. Een historisch tafereel voor christenen, die voedsel zoeken voor de geest en op gods wegen letten, deel 1, Brugge 1856, pag. 179-185

maandag 1 februari 2010

François van der Straten en Pieter Pourbus

1567, Brugge

François van der Straten (1512-1572), zoon van Jan, was schepen van het Brugse Vrije vanaf 1554 tot zijn dood in 1572. François kocht  (jaartal onbekend) Huis de Cauwersine in Brugge. Een Cauwersine of Cauwersijn staat voor een houder van een bank van lening of een geldwisselaar. In meer negatieve zin ook wel voor een woekeraar.

Volgens de Bibliographie Nationale werd in Huis de Cauwersine in 1626 de Berg van Barmhartigheid gevestigd, een bank van lening die in overeenstemming met de katholieke leer werd bestierd. De Berg van Barmhartigheid was toen gevestigd in het spectaculaire pand dat in de 15e eeuw was gebouwd door de heren van Gruuthuse. Tegenwoordig is dit het Gruuthusemuseum. Voor zover bekend heeft dit gebouw nooit Cauwersine geheten, al is de verwarring logisch gezien de latere bestemming als bank van Lening.

Huis de Cauwersine dat werd gekocht door Fransois van der Straten lag echter aan de Langerei. Daar lagen De Groote Cauwersine en De Kleine Cauwersine. François woonde in 1567, toen hij Pieter Pourbus (1523-1584) opdracht gaf om een portret van hem te schilderen, in De Groote Cauwersine.
In De Groote Cauwersine was de Berg van Barmhertigheid gevestigd voordat deze verhuisde naar Het Gruuthusehuis.

Het portret van Pieter Pourbus hangt nu in Museum Mayer van den Berg in Antwerpen. (Zie afbeelding.) In het wapen op het schilderij in het eerste en vierde kwartier het familiewapen van Van der Straten. De tekening in het tweede en derde kwartier is moeilijker te onderscheiden, maar lijkt dezelfde drie uitkomende leeuwen te bevatten in andere kleurstelling.
Opvallend zijn de vanitas-symbolen: de schedel en de zandloper. Onder het wapen staat de spreuk absit gloria, die zich in deze vanitas-context goed vrij laat vertalen als "streef geen roem na" of "wees niet ijdel"

Een en ander geeft ook aan dat de familie Van der Straeten goed in de slappe was zat. Maar wat was de bron van hun fortuin? Waarom was François' vader Jan van der Straeten (zie aldaar) naar Brugge gekomen?
Weer veel vragen, waarop het antwoord waarschijnlijk nog wel even op zich laat wachten.

Bronnen:
- Bibliographie Nationale (deel 24) 
- Bibliographie des hommes remarquables de la Flandre Occidentale (deel II).
- Pieter Pourbus meesterschilder, 1524-1584 (Paul Huvenne, Brugge 1984) 
- Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, http://www.rkd.nl

donderdag 17 december 2009

Stekelige lijkdichten op Van der Straten

1681, Den Haag

Constantijn Huygens sr. (1596-1687) schreef op het overlijden van Doctor Willem Van der Straten (Stratenus) (1593-1681) een twintigtal van zijn befaamde lijkdichten, hetgeen in zijn oeuvre een opvallend hoog aantal is. Hoewel beide heren elkaar bij leven goed hadden gekend en zelfs (een tijd lang?) bevriend waren zet Huygens Van der Straten in zijn gedichten neer als een vrek en niet bepaald een sympathiek mens. Hij laat zelfs twijfel doorklinken over de werkzaamheid van de lucratieve medicijnen die Van der Straten tot op hoge leeftijd voorschreef en aan de man bracht. Uit de vele gedichten gewijd aan het overlijden van de ex-burgemeester, professor en lijfarts heb ik er enkele geselecteerd. Aardig is om te bedenken dat Huygens zelf ook al 85 (!) jaar oud was toen hij deze gedichten schreef.

GRAFSCHRIFT
Hier light Verstraten t’huijs, die arme rijcke Man,
Ey lacij, daer hy niet meer Gelds verdienen kan.
Dit lichaem had hy soo doorbalsemt met sijn’ Pillen,
Dat te bedencken staet of ’t wel sal rotten willen.
’K meen dat het droogen sal, gelyck het had begost,
Doen hij, schier Negentich, noch slaefden om den kost.
Sijn’ Erven laet hij maer wat Gouds tot haer verdoen, en
Een kael kort Manteltje, met een paer oude Schoenen.
Sy nemen ’t soo voor lief; ’tis ’t waerdighe Gewaed
Daer in hy ’t gulde slijck vergaerde langs de Straet.

Hoort, Erven; voelt hij noch in d’aerde wat mishagen,
’T is, dat hij onvernoeght in sijn’ te korte dagen,
Wat meer tyds had gewenscht om t’ uwer volle baet
Soo lang te ploegen, dat uw’ kaele Beurs in Staet
Van onverlegene gerusticheit gestelt waer,
En all datgh’ in sijn’ Cas soudt vinden, goed geel Geld waer;
Soo dat ghij nemmermeer den kommer uijt soudt staen,
Van ’teen aen ’t ander Brood, als Grootvaer heeft gedaen.
Maer dat’s mis. Gaet ghij niet, om sijn’ verwarde Boecken
Een Beneficitje van Inventaris soecken?
19 november 1681


 Constantijn Huygens sr., door J. Lievens

NOCH
Verstraten light hier in een’ dicke diere kist:
Wat sagh hij suer en scheel, Verstraeten, als hy ’twist.
eod.

NOCH (GRAFSCHRIFT)
Eens is Verstraten dood: O die hem by sijn leven
Twee drij Visitjens loon mooght schuldigh zijn gebleven:
Gaet haestigh en betaelt sijn arme kindskind af,
Soo gh’ hem sijn volle rust wilt gunnen in sijn Graf.
6 december 1681

NOCH
Met all’ sijn’ Haegsche winst heeft goede Vander Straten
Syn afgeslooft gebeent naer Uytrecht voeren laten:
Waer ’t moghelijck geweest, hoe geern’ had hij die Vracht
Op sijn’ ouw’ voeten noch gespaert, gelyck hij placht.
eod.

NOCH
De Doctor Vander Straten
Heeft eens de werld verlaten;
Staet te bedencken of dit droevighe gevall
Meer dooden geven, of meer levens berghen sal.
7 december 1681
Bron: www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Huygens/index.htm

zondag 13 december 2009

Puzzel - 3

1492 - 1558,  Angerlo / Bahr en Lathum


In Angerlo, ten zuiden van Doesburg op weg naar Rheden, lag vroeger het Zutphense leengoed de Hekersche slach. Van de opeenvolgende leenmannen van dit leen is een register bijgehouden. Een deel daarvan is relevant voor dit onderzoek:
  • Cunegonde, huysfrou Loeffs van Smalenborch, erve hares broders Hermans ten Have, ontfengt end transporteert dit leen voort op Arnt ter Straten, anno 1492.
  • Henrick van der Straten, erve sijnes vaders Arnts, a°. 1509.
  • Henrick op der Straten, onmundig, erve sijnes vaders Henrix, beleent, 5 Nov. 1521. Walraven van Baex is sijn hulder. Sijne moder Gertrud Wychers wort hare tucht voorbeholden.
  • Idem stelt tot hulder Jacob die Ruter, 13 Maii 1533.
  • Idem doet selfts eedt, 24 Oct. 1538.
  • Idem vernijt eedt, 26 Junii 1544.
  • Henrick ten Holt bij transport Henrix voorn, ontfengt een goet, genoemt den halven Hekerschen slach, in den kerspel van Angerlo, in den gericht van Doesborch gelegen, tot Zutphenschen rechten, 9 Oct. 1548.
  • Johan ten Holte, erve sijnes broders Henrix, draecht dit voort op Gerrit ten Bongart. Ende Heesken Holthuys met Herman ten Holt, haren soon, oick hare 4 dochteren Henrixken, Willemken, Grietken ende Hilleken ten Holt vertyen op haer actie, 20 Martii 1555.
Hieruit kan een korte stamlijn Van der Straten worden samengesteld.

  1. Arnt ter Straten, overlijdt ca. 1509
  2. Henrick I van der Straten, overlijdt ca. 1521, huwde Gertrud Wychers
  3. Henrick II op der Straten, verkoopt Hekersche Slach 1548 aan Henrick ten Holt.
Het aardige is dat Henrick II op der Straten de Hekersche Slach lijkt te verkopen aan iemand uit een familie die ook in de Veetelling van 1526 van Rheden wordt genoemd. (Zie "Puzzel - 2".) Leengoederen gingen zelden zomaar over op "wildvreemden". Meestal erfden ze over in de familie of werden ze bij wijze van gunst tegen betaling overgedaan aan een bekende of familielid. Het meest waarschijnlijke is volgens mij zelfs dat de verkoper Henrick op der Straten was gehuwd met een meisje Ten Holt, of omgekeerd dat Henrick ten Holt  gehuwd was met een meisje Op der Straten. Hoe dan ook lijkt het zeer aannemelijk dat Henrick II dezelfde is als Henr. opter Straten die in 1526 werd genoemd als eigenaar in de Veetelling van Rheden. Herman opter Straten uit diezelfde veetelling kan dan niet Henricks vander zijn geweest, wel mogelijk diens broer of oom.

Een ander relevant leengoed was Die Uytmate en die Vollick by Bair in de kerspel Lathum, gelegen ten zuiden van Angerlo aan de IJssel tegenover Rheden:
  • Een erf en goed, gelegen tot Latum en bij Baer, geheeten die Uytmate en die Vollick. Henrick ther Straetten na transport van Deryck Makereell, 17 April 1506.
  • Henrick opter Straten, vermits doode van Henrick opter Straten, zijn vader, 5 April 1548.
  • Idem draagt die Utmaten en die Volck op aan Goesen Everts, die daarmede beleend is, 4 Januari 1558.

Detail kaart van Ortelius uit 1573, 
met centraal Rheden (Ree), Lathem en Angerlo (Angelre)

Waarschijnlijk gaat het om dezelfde Henrick opter Straten als die van de Hekersche Slach. Henrick I verwierf dan in 1506 Die Uytmate en erfde vervolgens in 1509 de Hekersche Slach van zijn vader Arnt. Het overlijden van Henrick I komt in dit lijstje niet tot uiting, hetgeen niet uitzonderlijk is. In 1548 overlijdt dan Henrick II.. Zijn zoon, die ook weer Henrick heette, erfde leengoed Die Uytmate en de Hekersche Slach, maar verkocht de laatste meteen door aan Henrick ten Holt. Als we dit aannemen moet de stamlijn worden uitgebreid met één extra Henrick opter Straten:
  1. Arnt ter Straten, overlijdt ca. 1509
  2. Henrick I van der Straten, overlijdt ca. 1521, huwde Gertrud Wychers
  3. Henrick II op der Straten,  overlijdt ca. 1548
  4. Henrick III opter Straten, verkoopt Hekersche Slach 1548 aan Henrick ten Holt, verkoopt 1558 Die Uytmate en die Volck aan Goesen Everts
Terug naar Geertruijt Straetman en Hendrik Heijdendael: Geertruijt kan een zus zijn geweest van Henrick op der Straten die overleed in 1548 en een dochter van Henrick van der Straten en Gertrud Wychers. Henrick opter Straten kan de zegelaar uit "Puzzel - 1" zijn geweest. En Willem opter Straten uit datzelfde verhaaltje, die gehuwd was met Geertruijt Baerken, mogelijk Henrick's broer. Dan volgt deze hypothetische genealogie:
I           Arnt ter Straten, + ca. 1509, volgt II
II          Henrick I van der Straten, + ca. 1521, huwde Gertrud Wychers. Volgt III-A en III-B
III-A    Henrick II op der Straten,  overlijdt ca. 1548. Volgt IV-A en IV-B
III-B    Geertruijt Straetman, huwde Hendrik Heijdendael
IV-A    Henrick III opter Straten,
IV-B    Wilhem opter Straten, huwde Geertruijt Baerken


    Bron 1: Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en het Graafschap Zutphen, bewerkt door J.S. van Veen, Arnhem 1917, pag. 197-199
    Bron 2: Register op de Leenen der Bannerheerlijkheid Baer en de Heerlijkheid Lathüm, bewerkt door  W. Wijnaents van Resandt en Dr. J. S. van Veen, Arnhem 1926, pag. 34

    Puzzel - 2

    1526, Rheden


    In 1526 werd in Gelre op last van de Hertog een veetelling gehouden met het oog op belastingheffing. In Rheden (op de Veluwezoom), tussen Arnhem en Doesburg, werden o.a. de volgende eigenaren met hun vee ingeschreven:
    • Arnt Heijendall: 14 paarden, 1 eenjarig veulen, 13 koeien, 14 pinken (eenjarige koe), 1 vaars (tweejarige koe),  1 driejarige koe, 31 schapen, 4 varkens, 14 tweejarige varkens.
    • Henrick Beecker: 14 paarden, 2 eenjarige veulens,14 koeien, 12 vaarzen, 10 varkens, 14 eenjarige varkens en 24 schapen
    • Henrick then Holte: 4 eenjarige runderen en 1 eenjarig paard
    • Henr. Opter Straten: 10 oude paarden, 1 eenjarig veulen en 3 tweejarigen', 11 koeien, 10 pinken en 11 vaarzen, 11 varkens en 15 schapen
    • Herman Opter Straten: 98 schapen
    • Jan Kreijenfenger Bernts: 7 paarden, 8 koeien, 4 pinken, 5 vaarzen en 306 schapen
    Arnt Heijendall, Henrick Beecker en Henr. Opter Straten waren daarmee veruit de grootste veehouders van alle bijna 100 personen uit Rheden die in de Veetelling werden genoemd.
    In de eerste helft van de 17e eeuw waren nog steeds leden van de families Heijdendael en Straetman / opter Straten (en Ten Holt) eigenaar van aanzienlijke stukken land in Rheden en de aangrenzende dorpjes.


    Het ligt voor de hand dat telgen uit families van vergelijkbare welstand uit het zelfde dorp met elkaar trouwden. Zo ook mogelijk Hendrik Heijdendael en Geertruijt Straetman uit de vorige bijdrage ("Puzzel - 1"). Was Hendrik een zoon van Arnt Heijendall en Geertruijt een dochter van Henr. opter Straten? En wie was hier Herman opter Straten? De vader, een broer of zoon van Henr.?


    Bron 1: De Veetelling van 1526. Gelders Archief, Hertogelijk Archief, toegang 1363, Opteykeninge vand'beesten op alle die Veluwen en Veluwensoom, getranscribeerd door R.M.A. Wegman, Westervoort 1990
    Bron 2: Gelders Archief, Oud Archief Arnhem, toegang 2000, inv.nr.'s 5926 (1611-1618), 5927 (1621-1625), 5928 (1626-1631) & 5929 (1632-1637), Schatcedullen Veluwezoom


    Puzzel - 1

    1547-1560, Doesburg

    In de 16e eeuw zijn de bronnen voor genealogisch onderzoek meestal schaars. Kerkboeken zijn er vaak nog niet, veel materiaal is verloren gegaan en de bronnen die je wel vindt geven vaak maar incomplete stukjes genealogische informatie. Kieskeurig kun je echter niet zijn. Je moet blij zijn met ieder gegeven dat je kunt vinden en woekeren met het materiaal.
    In het inventaris van het Archief van Huis Keppel trof ik het navolgend regest.

    1547 mei 11, Drempt
    Henrick van Scharpenzell (= Scherpenzeel), richter in het ambt van Doisborch (= Doesburg), oorkondt, dat Johan van Palant, heer tot Voirst en Keppel etc., en diens vrouw Elyzabeth, de helft van 15 akkers land, gelegen in het kerspel Drempt, in het voornoemde richterambt, inlossen van Wyllem Bairken (= Baerken) en diens vrouw Elsken, Arnt Baerken en diens vrouw Heesken, Wyllem opten Strate en diens vrouw Geertken, Johan Boekefoirt en diens vrouw Ryka, Arnolda, wed. van Symon Baerkens, en Fya the Kollick, om deze 15 akkers aan het gasthuis binnen Keppel in gebruik te kunnen geven. (Oorspr.  inv.nr. 1330, met het zegel van den oorkonder en de licht aan den rand geschonden zegels van Wyllem Telchuys en Sander die Wyse, gerichtslieden.)

    Een hele rits namen van mensen die op de een of andere manier in relatie tot elkaar staan. Er wordt een stuk land verkocht. De verkopende partij bestaat uit een behoorlijk aantal mensen. Die mensen waren samen eigenaar. Mogelijk dus familie. Maar onduidelijk is op welke manier ze verwant waren. Voor mij was het interessant om te weten welke rol Wyllem opten Strate en zijn vrouw Geertken hier spelen.
    Eerst ging ik in mijn aantekeningen zoeken naar andere vermeldingen van ene Willem opten / op ter / van (der) Strate(n). En ik vond het navolgende:

    1560 november 12, Zutphen (Dynxdach post Martini in den wijnter)
    Int jair ons heren duysent vyffhondert ind sestich op Dynxdach post Martini in den wijnter. Henrick Bairken en Johan Zoir, scheidslieden, vanwege Wilhem Bairkens (= Baerken) en zijn vrouw Wendel enerzijds en Wilhem ter Straten en Henrick ter Straten als scheidslieden vanwege Geertrudt Stockmans, zuster van Wendele, anderzijds, oorkonden, dat zij een magescheid gemaakt hebben tussen partijen aangaande het door Wendele en Geertrudt’s ouders nagelaten goed. (Met de -deels zwaar- geschonden zegels van Henrick Bairken, Johan Zoir, Wilhem en Henrick ter Straten in groene was. )

    Het gaat hier waarschijnlijk om dezelfde Willem, die weer wordt genoemd in relatie tot de familie Baerken. Hoewel het al prettig is dat ik nog een aantekening kon vinden, word ik er niet meteen veel wijzer van. Hoe Willem en Henrick zich tot elkaar verhielden is bijvoorbeeld onduidelijk. Waren ze broers of was Henrick de vader van Willem? Wel beschik ik over afbeeldingen van de zegels van beide mannen.


    Zegels van Wilhem en Henrick ter Straten

    In het wapen van Wilhem een omgekeerd hoefijzer voor. In het wapen van Henrick een hooivork en een gestileerde uitkomende bok. Die bok is een oude bekende uit het wapen van de familie Van Straten / Straetman uit Gelre en Utrecht. (Zie afd. heraldiek op www.straatmannen.nl.) Hooivork en hoefijzer verwijzen waarschijnlijk naar beroep of gilde.

    De volgende stap was zoeken naar informatie over de familie Baerken. In de Navorscher van 1910 vond ik een  serie bijdragen van  J. Kleijntjens op basis van een genealogie die in 1745 was opgesteld door P.C. Baerken. Daarin vond ik het het volgende gezin:

    Hendrik Baerken huwde Ida ten Berghe.
    Uit dit huwelijk:
    1. Wilhelm Baerken, burgemeester van Doesburg (1550), huwde 1 met onbekend, huwde 2 met Elisabeth Heijdendael, dochter van Hendrik Heijdendael en Geertruijt Straetman.
    2. Arend Baerken, huwde 1 met Elisabeth ten Heinckinck, huwde 2 met Emerentiana Horstinck
    3. Geertruijt Baerken
    4. Rijcka Baerken
    5. Simon Baerken
    6. Hadewich Baerken
    De namen uit het regest van 1547 passen precies op dit gezin.
    1. Wilhem Bairken en diens vrouw Elsken zijn Wilhelm Baerken en Elisabeth Heijdendael.
    2. Arnt Baerken en diens vrouw Heesken zijn Arend Baerken en Emerentiana Horstinck
    3. Wyllem opten Strate en diens vrouw Geertken matchen met Geertruijt Baerken
    4. Johan Boekefoirt en diens vrouw Ryka matchen met Rijcka Baerken
    5. Arnolda, wed. van Symon Baerkens matcht met Simon Baerken
    6. Fya the Kollick stellen we ons bij deze dan voor als weduwnaar van Hadewich Baerken.
    Dit leert ons dat Willem opten Strate vóór 11 mei 1547 huwde met Geertruijt Baerken en stierf ná 12 november 1560. Een hoop gepuzzel voor een beetje resultaat. Maar als je dat soort inspanningen maar blijft herhalen kun je uiteindelijk ooit een leuke 16e eeuwse genealogie bouwen.

    Volgende vraag die zich opdringt: hoe verhielden Willem en Geertruijt Straetman zich tot elkaar?
    Uit de Collectie Steenkamp-Damstra bij het CBG weet ik dat Geertruijt het bekende wapen met de bok voerde. Haar achternaam doet wel erg modern aan, tussen alle 16e eeuwse van der, opten en opter Straten. Dit laat zich eenvoudig verklaren doordat de vermelding afkomstig is uit het 18e eeuwse handschrift, toen de naam Straetman al lang gemunt was voor de familie die zich enkele eeuwen eerder van andere varianten bediende.  Naar alle waarschijnlijkheid was zij een tante van Willem. Daarover een andere keer meer...

    Bron 1: Inventaris van het archief van het Huis Keppel (1272-1853) (in Het Gelders Archief), door Mr. A.P. van Schilfgaarde, Tweede deel: regestenlijst en index, Arnhem 1955 (1975), reg.nr. 531
    Bron 2: Regionaal Archief Zutphen, Particuliere Charters 1297 – 1809 regesten , Archiefnr. 191, reg.nr. 1157
    Bron 3: Geslachtsboek der familie Stenderingh-Baerken en aanverwante families, door Jos Kleijntjens, in: De Navorscher Jaarg. 59 (1910)

    zondag 15 november 2009

    Stratenus. Hoogleraar, burgemeester en lijfarts

    1593-1681, Utrecht

    In de daklijst van het academiegebouw van de Universiteit van Utrecht, aan het Domplein, zijn tien portretmedaillons aangebracht van personen die een hoofdrol hebben gespeeld in de geschiedenis van de Utrechtse universiteit. De bijbehorende namen staan in een natuurstenen fries tussen de ramen van de begane grond en de eerste verdieping. Het betreft:

    1. Christophorus H.D. Buys Ballot (1817-1890), hoogleraar in de wiskunde (1847) en natuurkunde (1867).
    2. Franciscus Cornelis Donders (1818-1889), hoogleraar geneeskunde en fysiologie.
    3. Gisbertus Voetius (Gijsbert Voet) (1589-1676), eerste hoogleraar van de Universiteit Utrecht.
    4. Anthonius Matthaeus jr. (geb. 1635), hoogleraar in de rechtsgeleerdheid.
    5. Stratenus (Wilhelm van der Straten), eerste hoogleraar geneeskunde van de Utrechtse Universiteit (1636).
    6. Arnoldus Drakenborch (1684-1748), hoogleraar te Utrecht in de welsprekendheid en geschiedenis (1716-1748).
    7. Philip Willem van Heusde (1778-1839), hoogleraar geschiedenis, oudheden, welsprekendheid en Grieks (1803-1815); theoretische wijsbegeerte en letteren (1815-1839); bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek (1816-1839).
    8. Jodocus Heringa Ez. (1765-1840), hoogleraar theologie (1794-1835).
    9. Gerardus Joannis Mulder (1802-1880), hoogleraar in scheikunde (1840-1868).
    10. Adrianus Catharinus Holtius (1786-1861), hoogleraar rechten (1835-1856). 
    Bron:  Peter en René van der Krogt, Mens & Dier in Steen & Brons

    Willem van der Straten (1593-1681) studeerde medicijnen in Leiden en promoveerde in Padua. Hij werkte in eerste instantie als "Apothecaris" en was in 1636 oprichter van de Utrechtse medische faculteit en één de eerste hoogleraren van de Utrechtse Hoge School. Hij gaf van 1636-1649 colleges in Utrecht, waar hij het praktische en aanschouwelijke onderwijs naast de theorie introduceerde. Daarna was hij een tijd professor aan de Universiteit van Leiden.
    Vanaf 1646 was Willem op voorspraak van zijn vriend Constantijn Huygens (die secretaris van Frederik Hendrik was) de officiële Lijfarts van achtereenvolgens drie Stadhouders van Oranje Nassau: Frederik Hendrik, Willem II en Willem III, de latere Stadhouder-Koning. Als zodanig was hij vertrouwenspersoon van zijn Heren en van o.a. Amalia van Solms, in wiens opdracht hij zelfs speciaal naar Kleef reisde voor een bevalling aan het Hof van Maurits. Na de (door de Oranjes gesteunde) moord op de gebroeders de Wit in 1672 schijnt Willem van Straten zich van de Oranjes gedistantieerd te hebben. Willem van der Straten was Burgemeester van Utrecht van 1674-1676 en is tevens "Gecommitteerde ter Reeckencamer van de Generaliteyt in Den Hage" geweest.  Willem van der Straten werd ook wel Stratenus genoemd.

    Bron: Dr. E.D. Baumann, Een lijfarts der Oranjes in de XVIIde eeuw, Utrecht z.j.